Laatste reacties

  • Seeker Die vreemd gekleede mensen z
Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

Matsumoto (4-11-2008 t/m 5-11-2008)

De trein brengt ons vanuit Osaka naar de volgende bestemming, Matsumoto. Een kleine stad (227.000 inwoners) in het hart van de Japanse Alpen. De stad is vooral bekend van zijn schitterende kasteel, en is daarnaast een mooie uitvalsbasis voor dagtrips in de Alpen. Lekker eten kan je er uiteraard ook: de lokale specialiteit is basashi, rauw paardenvlees...



Hotel
Via Google Earth waren we bij Iidaya Hotel uitgekomen, een business hotel recht tegenover het station. Voor een nette prijs een ruime, brandschone maar verder weinig bijzondere kamer. Ontbijt is inbegrepen, naar keuze westers of Japans. Uiteraard ben ik voor die laatste optie gegaan, en dan krijg je zomaar als ontbijt een stuk zalm voor je kiezen. De behulpzame en prima Engels sprekende receptie is ook zeker een vermelding waard.

Matsumoto-jo
De voornaamste bezienswaardigheid van de stad is uiteraard het kasteel, een van de weinige nog originele kastelen van Japan, en ook zeker een van de mooiste. Reeds in 1504 stond op deze plaats een fort, de huidige toren werd in 1594 na 3 jaar bouwen voltooid. In de 19e zijn de omliggende delen van het kasteel gesloopt, maar de toren is dit lot bespaard gebleven. Het kasteel wordt overigens ook wel Karasu-jo (kraaienkasteel) genoemd, het zal duidelijk zijn waarom. Van bovenuit de toren heb je een aardig uitzicht over de omgeving, alleen jammer dat er eigenlijk niks interessants te zien is...

Osaka (1-11-2008 t/m 3-11-2008)

De op twee na grootste stad van Japan, met een kleine 3 miljoen inwoners, en middelpunt van de Kansai-agglomeratie van 20 miljoen mensen. Osaka is in de eerste plaats een grote industriestad met weinig echte bezienswaardigheden, maar desondanks een prima stad om onze reis rustig te beginnen. In veel opzichten doet de stad aan Tokyo denken, maar dan in alles net even minder extreem. Er is een uitstekend spoorweg- en metronetwerk waarmee nagenoeg alles snel te bereiken is. Je moet alleen wel opletten dat je in de juiste wagon instapt...



Hotel
We verbleven in Hotel Chuo, een backpackershotel in de wijk Tennoji. Ideaal bereikbaar met zowel trein en metro, ook de airport-express stopt op het nabijgelegen station Shin Imamiya. Onze kamer was, zeker voor Japanse begrippen verrassend ruim maar wel heel simpel ingericht. De badkamer was dan wel weer zoals je hem verwacht, erg klein dus, maar uiteraard wel een toilet met allemaal knoppen en sproeiertjes. Onze kamer lag weliswaar aan de kant van de drukke spoorlijn waar onafgebroken treinen langskomen, binnen merkte je daar nauwelijks iets van.

Shinsekai
Op loopafstand van ons hotel lag de ietwat verlopen uitgaanswijk Shinsekai (“nieuwe wereld”), met veel restaurantjes (o.a. fugu, maar bijvoorbeeld ook ondefinieerbare maar heerlijke spiesjes) en uiteraard de nodige pachinko-hallen. Middelpunt van de buurt is de 103 meter hoge Tsutenkaku-toren, vanwaar je een prachtig uitzicht over de stad hebt. Symbool van de buurt is de Billiken, “God of things as they ought to be”, een van oorsprong Amerikaans figuurtje. Direct tegen de wijk aan liggen nog de restanten van het Festival gate attractiepark, dit is echter begin 2008 failliet gegaan.



Den Den Town
Ten noorden van het Shinsekai ligt Den Den Town, Osaka's tegenhanger van Tokyo's Akihabara. Talloze winkels met alle denkbare elektronische artikelen, manga-gerelateerde spullen en meer twijfelachtige zaken. De droom van elke nerd...



Osaka-jo
Een betonnen replica van het in de 2e wereldoorlog door bombardementen vernietigde kasteel. Nep dus, maar daarom nauwelijks minder imposant, en met een mooi uitzicht over de stad. Binnen is een expositie over de historie van het kasteel, en voor de luie mensen is er zelfs een lift. Rond het kasteel ligt een groot park, en aangezien het weekend was leek de halve stad er nu rond te hangen.



Kita
Het noordelijke deel van het stadscentrum. Voornamelijk een kantoor- en winkelwijk, met het grootste station van de stad, en talloze enorme department stores. De interessantste daarvan is HEP Five, met naast meer dan 100 winkels ook twee etages SEGA Joypolis en op het dak een 75 meter hoog reuzenrad. Ook staat hier een van de meest karakteristieke gebouwen van de stad, het 173 meter hoge Umeda Sky Building, in feite twee losse torens welke door het uitzichtplatform verbonden zijn. Niet geschikt voor mensen met hoogtevrees, eerst ga je met een glazen lift naar boven, en voor het laatste stukje hebben ze een leuke roltrap.



Minami
Het zuidelijke deel van het stadscentrum, met eindeloze overdekte winkelstraten in Shinsaibashi en de beruchte uitgaansstraat Dotonbori. Ook vind je hier Ame-mura, een stukje Amerika voor hippe Japanse jongeren, met uiteraard een (kleine) replica van het Vrijheidsbeeld.



Shitennoji
De eerste tempel op deze locatie is gebouwd in 593, waarmee het de oudste Boeddhistische tempel van Japan zou zijn. De huidige gebouwen zijn echter een stuk recenter, namelijk uit 1963. Op de dag dat wij er waren zou er een groot festival moeten zijn, daar was echter helaas niets van te merken.


Terug naar Japan, woord vooraf

Na mijn eerste bezoek had ik het Japan-virus goed te pakken, dus toen ik bij toeval een spotgoedkope vlucht naar Kansai tegenkwam was de knoop snel doorgehakt: terug naar Japan, weer drie weken, alleen dan deze keer zelfstandig. Voormalig collega Rozo leek dit ook wel wat, dus ik stond er niet helemaal alleen voor. Vooraf hebben we wel de gehele route vastgelegd en via internet alle hotels en enkele andere zaken geboekt, het was opvallend hoeveel (leesbare...) informatie er toch nog te vinden was. Desondanks was het nog een hele klus, maar alle inspanning heeft achteraf gezien zeker geloond.

Het verslag zet ik deze keer iets anders op dan bij voorgaande reizen, geen dagprogramma meer, maar een beknopter verhaal per bestemming. Hopelijk val ik dan ook wat minder in herhaling...

De vlucht (31-10-2008)
We vlogen deze keer met Finnair naar Kansai Airport bij Osaka, met een overstap in Helsinki. Stopovers behoorden helaas niet tot de mogelijkheden, gevolg van de lage prijs (€500 p.p.). Maar om even een paar uur door te brengen zijn er slechtere luchthavens denkbaar dan Helsinki, niet te groot, redelijke prijzen voor een halpje of drankje, en een leuk aanbod aan winkeltjes. Vooral een winkeltje met lokale producten had mijn aandacht, de zalm in alle mogelijke soorten en maten heb ik maar laten liggen, maar een zakje rendierjerky (het is te eten, maar ook niet meer dan dat) ging toch mee. Op de terugvlucht heb ik o.a. een blikje rendierpaté (van de official supplier van Santa Claus, jawel) en berenpaté gekocht, die heb ik echter nog altijd niet open durven maken...

Ook het vliegen met Finnair viel niet tegen. Prima service (wel strenge leren handschoentjes...), heel redelijk eten, weinig op aan te merken. Een gemis is wel het ontbreken van een eigen schermpje, maar aangezien ik zelf een netbook had meegenomen heb ik daar weinig last van, ik had m'n eigen films.

Na aankomst op Kansai Airport was het even zoeken waar we de voucher voor onze Japan Railpass in konden wisselen, maar daarna kon het Japan-avontuur dan toch echt beginnen.

IAA Frankfurt 2009 (23-9-'09)

Afgelopen woensdag was het weer zover, het tweejaarlijkse tripje naar 's werelds grootste autosalon. In 2007 waren we op een zaterdag geweest, de krankzinnige drukte toen was niet echt voor herhaling vatbaar, deze keer dus toch maar een dagje vrij. Deze keer was het gelukkig iets rustiger, met de nadruk op iets. Met name in de hal met o.a. Porsche, Jaguar, Aston Martin en Brabus, veel dure merken in een vrij kleine hal met smalle gangpaden dus, kon je nog steeds over de hoofden lopen.

Van de hele economische crisis was gelukkig weinig te merken, slechts een paar grote merken lieten verstek gaan (o.a. Honda en Mitsubishi) en de kleine, exclusieve merken waren nadrukkelijk dan ooit aanwezig. Wel was er uiteraard een bijna irritante nadruk op mileuvriendelijke auto's, zowel productiemodellen als concepts. Naar ouderwetse pk's moest je zoeken, verbruikscijfers of CO²-uitstoot daarentegen konden niet groot genoeg vermeld worden.

De strijd voor de mooiste stand ging zoals gebruikelijk weer tussen BMW en Mercedes, waarbij Münchenaren het deze keer wonnen. Op de begane grond een stand zoals gebruikelijk, maar daaroverheen liep een grote ovale baan. Meestal werd die gebruikt de zuinige modellen nog maar een keer aan te prijzen, maar terwijl we op de Mini-stand liepen hebben we toch ook iets heftigers over die baan horen brullen...

Een overzichtje per merk:

Abarth


Alfa Romeo


Artega


Aston Martin
Geen foto's van de Rapide, het was zo achterlijk druk dat fotograferen volstrekt onmogelijk was. Maar ik heb hem tussen alle mensen door wel gezien, en in werkelijkheid valt ie net zo tegen als op de foto's. Teveel opgerekt, niet meer dan een mismaakte DB9.

Audi


Bentley
De Mulsanne valt in werkelijkheid mee, vooral de neus oogt stukken beter dan op foto's. Toch oogt het, net als z'n goedkopere broertjes, allemaal net even wat te gladjes, bijna karakterloos. Geen partij dus voor een Phantom of Ghost.


BMW


Brabus


Citroën
De nieuwe C3 is natuurlijk best leuk, maar de show werd uiteraard gestolen door de waanzinnige GT by Citroën, en door de leukste concept van de hele show, de Revolte.


Dacia


Ferrari
uiteraard stond hier de 458 Italia centraal, in het echt weliswaar beter dan op foto's, maar nog altijd zeker geen schoonheid. En de achterste helft doet ergens toch wel sterk aan de Artega denken...


Fisker
Het bewijs: een hybride-aandrijving en mooi design hoeven elkaar niet uit te sluiten. Jammer dat Honda en Toyota dat nog niet in de gaten hebben...


Ford


Geiger
Tussen al het milieu-gezever gelukkig ook nog een stand vol met heerlijk foute Amerikanen. En even ter info, die velgen onder die Hummer, die zijn een hele beschaafde 30”...


Hyundai


Jaguar
Ook hier weer belachelijk druk, en vreemd genoeg was een aanzienlijk deel van de stand voor het gepeupel niet toegankelijk. Hoe de achterkant van de nieuwe XJ in werkelijkheid overkomt blijft dus nog even een raadsel.


Kia
Geen commentaar. Daar heeft Kia bij deze Forte Hybrid zelf al voor gezorgd:


Lamborghini


Lexus


Lotus


Mansory
En de prijs voor de ultieme wansmaak gaat naar...


Maserati


Mazda


Mercedes-Benz


Mini
Zoals de foto's al deden vermoeden is de coupé-concept maar een raar ding, de Roadster daarentegen weet volledig te overtuigen.


Pagani


Porsche
Ook hier geen foto's, wederom veel te druk. Maar desondanks wel een goede indruk van de Panamera kunnen krijgen, dat is toch wel een erg indrukwekkende auto. De op foto's vaak wel erg logge achterkant valt vanuit een normaal standpunt gezien wel mee, en het interieur is ronduit schitterend.

Renault


Rolls Royce


Saab
De neus weet te overtuigen, de achterkant wat minder. Dan toch maar een stationwagon wellicht?


Seat


Subaru
Best leuk, zo'n concept van een elektrische R1, maar je vraagt je dan toch af waaarom ze de reguliere variant van deze Smart-tegenhanger hier niet verkopen.


Trabant
Weggestopt in een hoekje, deze leuke poging tot een nieuwe Trabant. Geen mengsmering deze keer, maar elektrische aandrijving. De neus en koplampen mogen nog wat bijgschaafd worden, maar verder niks meer veranderen.


Volkswagen


Volvo


Wiesmann


En nog een paar extra plaatjes. Die Mercedes is toch een apart geval, binnen staan diverse exemplaren van het definitieve model die je van binnen en van buiten volledig kan bekijken, maar op de parkeerplaats vinden ze het blijkbaar toch noodzakelijk met tape nog het een en ander te camoufleren.

Japan 2008, dag 21: terug naar huis (zaterdag 31 mei)

En dan is het helaas zover, toch weer terug naar huis. Voor de laatste keer naar Cafe Veloce, de bagage halen uit het hotel, en op naar Keisei Ueno Station. Ik neem de Keisei Skyliner naar het Narita Airport, een speciale vliegveldtrein. Erg praktisch, met volop ruimte voor de bagage vlakbij de deur, en riante, heerlijk comfortabele stoelen, die uiteraard altijd in de rijrichting gedraaid zijn. En dan reis ik nog slechts 2e klas, de zogenaamde “green car” is nog een stuk luxer. De NS zouden hier nog veel van kunnen leren, hun 1e klas is hiermee vergeleken niet meer dan een kippenhok.



Tijdens de rit wordt ook weer eens duidelijk hoe kolossaal Tokyo is, de rit van een uur gaat vrijwel geheel door buitenwijken van de stad, pas vlakbij het vliegveld rij je nog een klein stukje tussen weilanden door. Onderweg probeert een Keniaan me nog te vragen wanneer hij uit moet stappen, mijn Keniaans is echter net zo roestig als zijn Engels, maar met aanwijzen op een kaartje probeer ik hem duidelijk te maken dat hij naar de laatste halte moet.

Eenmaal op het vliegveld wordt er gelukkig niet moeilijk gedaan over mijn wat omvangrijker dan toegestane bagage. Een extra ruime zitplaats zoals op de heenvlucht zit er deze keer helaas niet in. Ik heb nog alle tijd om nog wat te shoppen, en koop onder meer nog een Japans kookboek voor m'n moeder, een Totoro-magneet, en het belangrijkste: een flinke lading Pocky's! De resterende tijd gebruik ik voor nog een laatste goede Japanse maaltijd, donburi met diverse geroosterde vissoorten, en ondanks dat het nog ochtend is mag een warme sake deze keer niet omtbreken. En dat alles voor ruim minder dan 10 euro, probeer dat maar eens op Schiphol!

Het is ook maar goed dat ik nog even goed gegeten heb, tijdens de vlucht is het eten weer ouderwets smerig. JAL scoort echter wel weer met hun inflight entertainmentsysteem, tijdens de 10 uur durende vlucht ben ik toch behoorlijk verslaafd geraakt aan Tetris, de vlucht had nog wel wat langer mogen duren...

En dan staan we uiteindelijk toch weer op Schiphol. De bagage laat uiteraard weer erg lang op zich wachten, gelukkig waren de stakingen inmiddels al wel weer over. Ik neem de trein terug naar Oss, waarbij het meteen weer duidelijk wordt hoe ver Japan voor ligt op dat geklooi van de NS: te kleine bagagerekken voor m'n tas, een trein die alle kanten op slingert, en niet te vergeten een kwartier vertraging...

En zo is de vakantie definitief ten einde, na drie fantastische weken in een fascinerend land. Voor herhaling vatbaar? Reken maar! Sterker nog: op het moment dat ik dit stukje tekst zit te kloppen ben ik alweer terug geweest, voor nog eens drie weken (plus inmiddels ook nog een weekje naar Dubai, Hong Kong en Macau). Nu dit verslag eindelijk is afgerond kan ik tenminste de foto's van die trip eens gaan uitzoeken...

Japan 2008, dag 20: Tokyo (vrijdag 30 mei)

De laatste dag alweer voordat ik weer naar huis vlieg, en nog een hoop te doen. Na het inmiddels standaard ontbijt bij Cafe Veloce ga ik eerst naar Asakusa om nog wat souvenirs te kopen. Veel stalletjes verkopen prachtige verpakkingen met leuk uitziend snoep, toch leuk als cadeau. Overigens blijkt thuis dat de reeds kant en klaar ingepakt klaarliggende verpakkingen een stuk minder fraai zijn, die mooie verpakkingen zijn puur voor de show. En het snoep dan? Niet te vreten. De ter plekke met een ingenieuze machine versgebakken groene thee/bonenkoeken blijken daarentegen wel verdomd lekker...



Vervolgens naar Akihabara, terug naar de modelbouwwinkel om nog wat spullen in te slaan. Het was inmiddels ook al lang duidelijk dat ik onmogelijk alle gekochte souvenirs in m'n tas ging krijgen, maar gelukkig verkopen ze in Ueno prima trolleys voor slechts een paar euro. Ook kom ik hier een geweldige winkel met 7 etages vol film/muziek/manga-merchandise tegen. Inmiddels is het alweer tijd voor lunch, direct onder de spoorlijn (en schijnbaar zonder enige vorm van geluidsisolatie) zit een leuk tentje waar ik me tegoed doe aan een heerlijke tempura.



Na een uurtje rust in het hotel (m'n nieuwe Meindl's bleken toch niet zo'n succes, na drie weken willen m'n voeten echt niet meer) en het alvast inpakken van m'n bagage ga ik met de trein naar Shinjuku Station. Vanaf het Southern Terrace zou je een mooi uitzicht op de treinen moeten hebben, dat valt wat tegen. Vanuit de lift in Takeshima Times Square, weer zo'n enorm winkelcomplex, is het beter, ware het niet dat ze de ramen wel eens wat vaker mogen lappen. Met de winkels zelf kan ik niet zo veel, de HMV heeft wel een enorm aanbod maar de prijzen voor een dvd'tje zijn absurd hoog. Voor eten zit je er echter wel goed, ik beland bij een Koreaanse Italiaan voor een uitstekende bibimbap.



Na het eten ga ik naar Kabukicho, de beruchte uitgaanswijk ten oosten van Shinjuku Station. Vrijdagavond is uiteraard uitgaansavond, dus is het er stervensdruk. Ook staan her en der tamelijk onguur uitziende types de boel in de gaten te houden, yakuza wellicht? Naast talloze schimmige bars en enkele bioscopen overheersen toch vooral de oorverdovende pachinkohallen, steevast met een onvriendelijk kijkende kleerkast bij elke deur.



Ik eindig de avond in het skyscraper-district aan de andere kant van het spoor, waarna ik weer terug naar het hotel ga, helaas alweer voor de laatste nacht

Japan 2008, dag 19: Tokyo (donderdag 29 mei)

Heel enthousiast had ik m'n wekker op half acht gezet, zodat ik de laatste twee dagen nog eens goed kon besteden. Helaas, vermoeidheid overheerst toch, en een blik uit het raam is ook niet bepaald motiverend: regen, en niet zo'n klein beetje ook! Ik draai me dus nog maar een keer om.

Een paar uur later ben ik dan toch op pad, de metro naar Asakusa, om daar over te stappen op de lijn naar Ryogoku. Dat valt dus tegen, die lijn is van een geheel ander netwerk, ligt een paar honderd meter verderop en de aanwijzingen kloppen toch niet helemaal. Maar na wat zoeken heb ik de ietwat verstopte ingang toch gevonden, en zoek een rijtuig met airco van mijn keuze uit. Only in Japan...



Eenmaal in Ryogoku hoef ik niet lang te zoeken naar m'n doel, het Edo-Tokyo Museum. Het is namelijk een kolossaal gebouw, wat in Star Wars absoluut niet zou misstaan. De vormgeving zou overigens afgeleid moeten zijn van vroegere pakhuizen met een verhoogde vloer en de hoogte van 62,2 meter is exact gelijk aan het vroegere Edo-kasteel.



Binnen is al snel duidelijk waarom het zo'n gigantisch gebouw is. Eenmaal op de 6e etage aangekomen moet je nog even een replica op ware grote van de Nihonbashi-brug oversteken om bij de expositie te komen. Aan de hand van allerhande geschriften, voorwerpen, schaalmodellen en nog talloze replica's van gebouwen op ware grote wordt verteld hoe het kleine vissersdorpje Edo door de eeuwen heen uitgroeide tot de huidige megalopolis Tokyo. Uiteraard komt ook de tweede wereldoorlog aan bod, waarbij in Tokyo alleen meer slachtoffers zijn gevallen als bij de beide atoombommen tezamen en de stad voor een aanzienlijk deel volledig werd weggevaagd.



Het museum blijkt in ieder geval een premie tijdsbesteding voor een regenachtige dag, de hele expositie kost me een uur of drie, waarmee het inmiddels hoog tijd voor lunch is. Onder het gebouw hangt een restaurant, waar ik een heerlijke unagi-donburi voorgeschoteld krijg: rijst met daarbovenop een omelet met aal en paddestoelen.



Inmiddels is de ergste regen gelukkig over, al zal het nog de rest van de dag blijven miezeren. Ik loop langs het grote sumo-stadion (waar helaas verder niks te zien valt) naar het station van Ryogoku, om zo naar Ginza te gaan. Maar niet voordat ik op Akihabara nog wat treinen op de foto heb gezet...



In Ginza ga ik eerst terug naar de Nissan Gallery, die op dit tijdstip wel open is. Ondanks dat ik niet bepaald over zal komen als een serieuze klant is even uitgebreid proefzitten in een GT-R geen enkel probleem. Voor foldermateriaal wordt ik echter doorverwezen naar de showroom bij het nabijgelegen hoofdkantoor. Hier staat uiteraard nog veel meer leuks (wat in m'n autospecial al is langsgekomen) en maar liefst 3 GT-R's. Foldermateriaal is hier (even afgezien van de taalbarrière) geen probleem, en als bonus krijg ik zelfs een DVD'tje mee.



Na een warme choco bij de Starbuck's begeef ik me naar het Sony Building, een enorme showroom met de huidige en toekomstige producten van Sony. Ondanks dat dit in alle reisgidsen als aanrader wordt bestempeld valt het eerlijk gezegd toch wat tegen, er is eigenlijk niks te zien wat in Akihabara nog niet in de winkels ligt. Behalve één even geniaal als nutteloos ding, de Rolly. Helaas is het filmpje zonder geluid, maar zie het als een mp3-speler die “danst” op het ritme van de muziek.



Inmiddels is het alweer tijd voor het avondeten, de restaurants in Ginza zijn niet te betalen. Ik ga daarom maar weer naar de nabijgelegen Yurakucho-lijn, om tussen de sallarymen een stevige portie kare-raisu weg te werken. Overigens kan je ook hier aangeven hoe pittig je de curry wilt hebben, in volgorde van mild tot pittig: “pork mild” (ook bij vis, kip of rund...), “vegetable”, “medium hot” en “spice hot”. Ik ga maar voor medium hot, wat een goede keuze blijkt te zijn. Met cola en salade erbij kost dit nog geen 1000 yen (tegen toenmalige koers 6 euro), geen geld voor zo'n heerlijke maaltijd. Alleen het bizar zacht gekookte, net niet rauwe ei mogen ze voortaan houden.



Inmiddels is het alweer tegen een uur of tien, een mooie tijd om terug richting m'n hotel te gaan. Onderweg denk ik nog even een paar mooie foto's in Akihabara te kunnen maken, al die schreeuwerige neonverlichting moet er 's avonds toch waanzinnig uitzien. Niet dus, de winkels zijn dicht, en alle lichten zijn gewoon uit, geen neon te bekennen. Op Ueno kan ik gelukkig nog wel een paar treinen op de foto zetten, waarna ik dan uiteindelijk toch maar weer terugkeer naar het hotel, moe maar voldaan. En helaas nog slechts één dag te gaan...


Japan 2008, dag 18: Tokyo (woensdag 28 mei)

Dag 18: woensdag 28 mei, Tokyo
Na eens lekker te hebben uitgeslapen en een ontbijt bij Café Veloce (ze weten inmiddels precies hoe ik m'n koffie drink) zoek ik vandaag een van de bekendste (en lawaaiigste) buurten van Tokyo op: Akihabara. Vooral bekend vanwege de talloze winkels met elektronische apparatuur, gadgets en manga-meuk. En dat komt mooi uit, m'n geheugenkaartjes stonden inmiddels allemaal vol, en hier is keus genoeg. Na eerst in een paar van de onwaarschijnlijk grote winkels te hoge prijzen te zijn tegengekomen slaag ik wel bij een piepklein stalletje, voor minder dan de helft van de Nederlandse prijs.



Uiteraard kijk ik ook wel voor ander spul, een mooie nieuwe camera bijvoorbeeld, maar dat valt toch tegen. Op zich zijn er schitterende aanbiedingen te vinden, als je maar geen bezwaar hebt tegen een uitsluitend Japanse bediening. Exportmodellen met Engelstalige menu's zijn ook wel degelijk te koop, maar dan tegen een meer dan dubbel zo hoge prijs. En dat zou dan nog “tax-free” moeten zijn...



Ik beperk me daarom maar tot kleinere aankopen, zoals een radiografisch bestuurbaar helikoptertje. Ook waag ik me in enkele manga-winkels, vaag spul allemaal, met minstens zo vage klanten. Helaas is fotograferen binnen niet toegestaan, als ik ook maar naar m'n camera kijk staat er al iemand voor m'n neus om me daaraan te herinneren. Terwijl ik weet terugloop naar het station loop ik per ongeluk tegen een echte droomwinkel aan: een 9 etages hoge modelbouwzaak, met alles van robots, via modeltreinen en -auto's tot imitatiewapens. Ik weet me in te houden, vooral door de gedachte dat alles wat ik koop ook nog in m'n tas zal moeten kunnen...



Op Ueno Station duik ik toch nog even het Hard Rock Café in om een shirt te kopen, daarna loop ik weer terug naar m'n hotel om de rest van de middag wat uit te rusten, de inmiddels ruim 2½ week vakantie beginnen hun tol te eisen.



Twee dagen eerder had ik in Asakusa, in de omgeving van de Sensoji de nodige restaurantjes gezien, daar moet ik toch iets van m'n gading kunnen vinden. Dat valt toch tegen, restaurants genoeg, maar opvallend veel tentjes sluiten schijnbaar al erg vroeg. Maar gelukkig is er nog een sushibar open, waar ik me even helemaal kan uitleven. Goddelijk. En daarna als toetje nog een heerlijk ijsje met zoete aardappel-smaak, en als bonus de prachtig verlichte tempel...



Na het eten neem ik de metro naar Ginza, de duurste wijk van Tokyo. Dure winkels, dure restaurants, dure auto's op straat. En Oranje op TV...



Uiteindelijk kom ik eigenlijk puur toevallig bij het Tokyo International Forum uit, voor de liefhebbers van Gran Turismo 4 vast geen onbekend gebouw. Erg indrukwekkend, een groothoeklens was hier toch wel heel erg welkom geweest.



Onder de nabijgelegen spoorlijn zouden nog een hoop yakatori-stalletjes moeten zitten, helaas lijken de meesten inmiddels te zijn vervangen door chique, dure gelegenheden. En niet te vergeten diverse curry-restaurants, een goede reden om later wellicht toch nog een keer terug te gaan...

Japan 2008, dag 17: Tokyo & Hakone (dinsdag 27 mei)

Zo, hoewel ik inmiddels een tweede reis door Japan achter de rug heb toch eerst nog maar even dit verslag afmaken. Toch wel apart, dit stuk had ik voor die tweede trip al grotendeels geschreven, toen was alles nog heel bijzonder. Nu, na nog drie weken weken met de trein het hele land rondgereisd te hebben, lijkt het ineens allemaal zo vanzelfsprekend...

Hoewel een stad als Tokyo nooit gaat vervelen verruil ik ik de urban jungle een dagje voor de vrije natuur. Eerst in het doolhof dat Shinjuku Station genoemd wordt het toeristenloket van Odakyu Railways vinden, om daar een dagkaart voor het Hakone te kopen. Ik neem tevens een upgrade naar de zogenaamde “Romance car”, zoals ze bij Odakyu hun meest luxueuze treinen noemen. Dankzij een voor Japanse begrippen absurde vertraging van maar liefst 7 minuten kan ik nog mooi even een bakje sushi als ontbijt halen, om daarna mijn gereserveerde plek op te zoeken.



De trein zelf is net als de eerdere shinkansen-rit een verademing vergeleken met de treinen hier in Nederland. Ondanks dat ik gewoon tweede klas reis heb ik een riante stoel die nog het meest aan de business class in vliegtuigen doet denken. Naast me zit een oudere vrouw die zowaar prima Engels blijkt te spreken, en ergens in de jaren '70 zelfs een paar dagen in Nederland is geweest. Al kletsend vliegt de anderhalf uur durende rit voorbij. Het uitzicht valt ook niet tegen, na een uur door buitenwijken van Tokyo te hebben gereden heb ik zowaar even zicht op Mount Fuji.

In Odawara is er even verwarring, ik moet nog een stuk verder, maar om mij onduidelijke reden moet toch iedereen de trein uit. Vervolgens gaat iedereen weer in een nette rij klaar staan om weer in te stappen, de trein gaat er echter met gesloten deuren vandoor. Niemand in paniek, het zal dus wel zo horen. Al snel later komt er een boemeltje voorrijden, gedaan met het comfort...

In een inmiddels stampvol geraakte trein kom ik dan uiteindelijk toch op Hakone-Yumoto, het beginpunt van de Hakone roundtrip. De eerste etappe is de treinrit met de Hakone-Tozan Railway, een van de steilste trajecten ter wereld waar zonder tandheugels of andere hulpmiddelen wordt gereden. Over een afstand van 8,9 km wordt in totaal 445 meter hoogte gewonnen, gemiddeld 5% stijging, op de steilste delen zelfs 8%. En ondanks dat er akelig scherpe bochten mogelijk zijn moet er vanwege ruimtegebrek tot drie keer toe van rijrichting gewisseld worden.



Na ruim een half uur sta ik op het stationnetje van Gora. Eerst maar eens op zoek naar een lunch, in de omgeving van het station zit welgeteld één restaurantje, zonder Engelstalige menukaart, maar even wijzen naar de tempura op een ander tafeltje doet wonderen...

De cablecar brengt me vervolgens naar Sounzan, waar ik overstap op de kabelbaan naar het letterlijke hoogtepunt van de trip Owakudani, op 1.044 meter hoogte. Onderweg zou je hier ook een mooi uitzicht op Mount Fuji moeten kunnen hebben, maar helaas is de lucht inmiddels niet zo helder meer. Rond Owakudani stikt het van de zwavelbronnen, dat is in het dal te zien en het is vooral ook te ruiken. Ook de lokale specialiteit heeft daarmee te maken, eieren gekookt in sterk zwavelhoudend water, waardoor de schil zwart wordt. Je schijnt er 7 jaar langer van te leven, dus kan ik het niet nalaten er ook een stel te kopen.



Hierna neem ik weer de kabelbaan verder naar Togendai, wederom zonder zicht op Mt. Fuji. In Togendai is verder ook weinig te doen, afgezien van een paar eettentjes en souvenirwinkeltjes is er niks te doen. Meteen maar door dus naar het piratenschip dat me naar de andere kant van het Ashino-meer moet brengen. Ook vanaf het meer zou je een mooi zicht op Mt. Fuji moeten kunnen hebben, maar inderdaad, vandaag even niet. Gelukkig is er dan altijd nog de beroemde Torii aan de rand van het meer, in the middle of nowhere.



In Hakonemachi maak ik van de gelegenheid gebruik eindelijk eens m'n kaarten op de post te doen, in zo'n klein dorpje is het postkantoor nu eenmaal makkelijker te vinden dan in Tokyo. En een ijsje heb ik inmiddels ook wel verdiend, helaas is de wasabi-smaak op, dan maar weer groene thee.



Bij Hakonemachi lag vroeger een belangrijk checkpoint op de route van Kyoto naar Edo, het huidige Tokyo. Tegenwoordig is dit in de vorm van een museum in ere hersteld, al is het volstrekt onduidelijk waar je nu een kaartje hiervoor zou moeten kopen. Er is wel een kaartcontrole, maar die mevrouw wijst me vriendelijk doch dringend terug naar de toegangspoort, waar echter niks is. Dan maar geen museum...



Voorbij het checkpoint ligt de Ancient Cedar Avenue, een smal pad met aan weerszijden prachtige hoge bomen. Nu volgt een keuze, de korte route naar Moto-Hakone langs de grote weg, of toch maar Lakeside Road, zoals de naam al zegt de mooie route langs het meer? Ondanks inmiddels tamelijk pijnlijke voeten wordt het toch maar het laatste. Wat volgt is een tocht met enkele gemene klimmetjes, een paar mooie uitzichten over het meer maar vooral veel dichte begroeiing. En uiteindelijk kom je dan toch weer op hetzelfde punt uit als met de makkelijke route: Observation Point, met hier inderdaad wel een mooi uitzicht over het meer.



Langs de grote weg loop ik het laatste stukje naar Moto-Hakone. Daar aangekomen lijkt het even de ik de laatste bus gemist heb, maar gelukkig, dat was alleen de laatste express-bus. Via de toeristische route brengt de bus me toch terug naar Hakone-Yumoto, waar ik het boemeltje naar Odawara neem. De express-trein zou vanaf hier weer terug naar Shinjuku Station moeten gaan,maar de aanduidingen op het station zijn alles behalve duidelijk, en dan is dik twee uur lang in een overvolle trein waarin alleen volstrekt onbekende plaatsnamen worden opgenoemd toch even spannend...



Het blijkt gelukkig toch de juiste trein te zijn, en zo sta ik dus weer op Shinjuku. Een goede maaltijd is inmiddels ook wel een optie, dat is op het drukste station ter wereld geen probleem, foodplaza's te over. Ik beland uiteindelijk bij een Koreaans restaurant, waar ze heerlijke pajeon hebben, en uiteraard ook kimchi erbij. De soju is helaas wel on-Koreaans duur...

Rond Ueno Station ben ik nog wat aan het fotograferen als ik door een paar Amerikaanse backpackers wordt aangesproken: of ik wellicht nog een goedkoop hostel of hotel in de buurt weet. Ze waren volstrekt onvoorbereid en zonder reisgids naar Japan afgereisd, Tokyo bleek echter toch niet de meest toegankelijke stad. En zo heeft het Oak Hotel weer twee gasten erbij...

Japan 2008, dag 16: Tokyo (maandag 26 mei)

Na eens lekker te hebben uitgeslapen en een poging een volle week achterstand van m'n verslag te reconstrueren ga ik vandaag maar eens kijken waar ik zaterdagochtend afgehaakt was: Asakusa. Slechts twee metrohaltes bij m'n hotel vandaan, als je op het juiste perron instapt tenminste...

Eerst maar eens een stevige brunch, restaurants in overvloed, met name de Chinezen zijn hier goed vertegenwoordigd. Het wordt dan ook een portie kip met lente-ui en een andere, ondefinieerbare groente, heerlijk.



Eerst nog maar even naar de overkant van de Sumida, naar een oude bekende: het Flame d'Or Building. Het blijft toch een bizar gebouw, en zo in het zonnetje komt ie een stuk beter uit. Hiervandaan heb ik ook een mooi uitzicht op de spoorbrug van Tobu Railways.



Vervolgens naar de grote trekpleister van deze wijk: Sensoji, de oudste nog bestaande boeddhistische tempel van Tokyo, reeds gebouwd in 645. Via de Kaminarimon poort en Nakamise, een ruim 200 meter lange rij souvenirstalletjes kom ik bij de hoofdpoort, Hanzomon. Voor die poort mag het dan één grote hectiek zijn, eenmaal binnen het tempelcomplex is het ondanks een nog altijd behoorlijke mensenmassa een heel stuk rustiger.



Rondom de tempel liggen nog diverse kleinere tempeltjes en heiligdommen, door de meeste andere toeristen gelukkig nog niet ontdekt. Het enige wat dan de rust nog kan verstoren is het attractiepark vlakbij, waar om de paar minuten met veel gekrijs weer een groepje de lucht in wordt geschoten...



Ook de rest van Asakusa is een leuke wijk, afgezien van de doorgaande weg is de drukte van het stereotype Tokyo ver te zoeken. Een aparte vermelding waard is de Kappabashi Dori, een straat vol met winkels met horeca-producten. Of je nu een set keukenmessen, meubilair, menukaarten of plastic replica's van gerechten zoekt, hier verkopen ze het allemaal.



Na een uurtje rust in het hotel neem ik de metro naar Roppongi, een van de grote uitgaanswijken van de stad. Na de juiste uitgang van de Metro Hat (een bouwwerk wat inderdaad aan een hoed doet denken...) te hebben gevonden maak ik eerst een rondje rond de 238 meter hoge Mori Tower, het middelpunt van het gigantische Roppongi Hills, een enorm project met winkels, restaurants, een hotel, woningen, bioscopen en musea. Een tikje megalomaan, maar wel erg fraai.



Eerst maar eens wat eten, ik loop bij een Vietnamees restaurantje binnen. Weliswaar hebben ze een Engelstalige menukaart, toch snappen ze niks van mijn bestelling. Gelukkig krijg ik hulp van een enigszins Engels sprekende Japanse, maar wat nu eigenlijk het probleem was zal ik wel nooit weten. Ook bijzonder is dat ze bieren uit de hele wereld hebben, behalve dan uit Vietnam. Gelukkig is het Indonesische Bintang ook nog wel te drinken, al doen zowel smaak als etiket behoorlijk aan Heineken denken.

Na de juiste lift te hebben gevonden ga ik naar het Mori Art Museum, bovenin de Mori Tower. Hier zouden een aantal auto's uit de BMW Art Car Collection te zien moeten zijn. Ik loop echter bij gebrek aan bewegwijzering de verkeerde kant op, waar een expositie over de Turner Prize is. Nu zal ik wel een cultuurbarbaar zijn, maar op een enkele uitzondering na kan ik weinig met de getoonde “kunstwerken”. Een doormidden gezaagde koe in twee vitrines, zodat je ertussendoor kan lopen? Een lege ruimte waar om de twee seconden de verlichting aan of uit gaat? Het zal allemaal wel...



Gelukkig is de verzameling beschilderde BMW's daarna al snel gevonden, ik moest gewoon nog een etage hoger zijn. Hoe vul je een expositie met welgeteld 5 auto's? Simpel: zet ze allemaal in een eigen zaal met een prachtig decor en fraaie belichting. Fotograferen is (uiteraard) verboden, in elke ruimte zitten drie bewakers die als je met je hand ook maar in de buurt van je camera komt direct in opperste staat van paraatheid zijn. Om toch even een indruk te geven is er gelukkig altijd nog Google...



Uiteraard heeft een gebouw van een dergelijke hoogte ook een uitzichtplatform. En wat voor een: het helikopterdek bovenop het dak. Geen vervelend spiegelende ruiten dus deze keer, maar gewoon in de frisse buitenlucht. Helaas is de railing net iets te beweeglijk om m'n camera goed te ondersteunen en slokt een professionele fotograaf in z'n eentje het beste uitzichtpunt op, maar desondanks blijven er een paar geslaagde kiekjes over.



Eigenlijk was het m'n bedoeling nog een rondje door de straatjes Roppongi te maken. Dit wordt echter al snel vervelend, aangezien proppers onafgebroken proberen je een “gentleman's bar” in te praten, de een is nog hardnekkiger dan de andere, en desnoods lopen er drie man een flink eind met je mee. Wel wijst een van hen me nog de route naar het Hard Rock Café, dus een beetje behulpzaam kunnen ze toch wel zijn. Het café is echter zo vol dat ik niet binnen mag, en in de winkel hebben ze de leuke shirts helaas alleen in kleine maten.



Tokyo Tower zou niet al te ver lopen moeten zijn, al blijkt dat met dergelijke hoge gebouwen altijd bedrieglijk. Maar goed, na m'n voeten helemaal de vernieling in te hebben gelopen kom ik dan toch bij deze 333 meter hoge imitatie-Eiffeltoren. Aangezien ik net bovenop een andere toren heb gestaan laat ik dit uitzicht aan me voorbij gaan. Maar ook vanaf de voet is het een imposant bouwwerk, al is de elegantie van het Franse voorbeeld ver te zoeken.



Terug naar m'n hotel maar weer, maar niet nadat ik nog een tussenstop op Ueno Station heb gemaakt, daar zou namelijk ook een Hard Rock Café moeten zitten. Die is inderdaad niet te missen, maar helaas al gesloten. Geen shirts dus vandaag...

Japan 2008, dag 15: Tokyo (zondag 25 mei)

En dan is het zover: de rest van de groep gaat weer naar huis. Uiteraard ben ik 's ochtends bijtijds wakker om iedereen uit te zwaaien, en als blijkt dat het busje te klein is loop ik ook nog maar even mee naar het nabijgelegen station waar dan toch het onvermijdelijke echte afscheid volgt. Zo ben je nog met een hele groep, en zo zie je ze de hoek om lopen en sta je helemaal in je eentje in Tokyo.

Terug naar het hotel dan maar, tas inpakken, nog even een uurtje internetten in de lobby en uitchecken. Ik had namelijk voor de laatste week een ander (veel goedkoper) hotel geregeld. Weliswaar zou er een metrohalte vlakbij dat hotel moeten zijn, maar in een luie bui neem ik toch maar een taxi. Een goede zet, want ook met een duidelijk plattegrondje kan de chauffeur het al niet vinden. Dus belt hij maar even met het hotel (altijd zorgen dat je het telefoonnummer bij de hand hebt!), om vervolgens alsnog te verdwalen in enkele smalle straatjes. Dus nog maar een keer bellen, en weer terug naar de grote weg. Even langs de kant wachten, en even later komt er een meisje van het hotel aangerend, met een paraplu tegen de stromende regen, of we haar even achterna rijden. En verdomd, het hotel blijkt aan een pleintje te liggen, we hadden beiden het bord bij de inrit gemist. Ondanks (of juist dankzij) alles krijg ik nog een dikke korting, en fooien zijn hier al helemaal uit den boze.

Inchecken verloopt zonder problemen, het voltallige receptiepersoneel spreekt in meer of mindere mate Engels. Niet zo vreemd, aangezien een groot deel van de hotelgasten buitenlandse toeristen zijn, Amerikanen, Australiërs en jawel, zelfs een paar Nederlanders. De kamer is een maatje kleiner dan wat ik tot nu toe gewend was, er staat geen koelkastje en het uitzicht stelt ook niks voor, maar meer valt er toch niet te klagen. Voor slechts €35 per nacht voor een hotel op een prima locatie in een van de duurste steden ter wereld valt dat toch absoluut niet tegen. Na een uurtje met een “Lost in Translation”-gevoel op bed te hebben gelegen besluit ik toch maar de straat op te gaan, gelukkig is het weer gestopt met regenen en breekt er zelfs een voorzichtig zonnetje door.



Zondag is dé dag in Harajuku, dan zou de hele jeugd hun nieuwe outfits hier komen showen. Ik neem de metro naar Omote-sando, een chique winkelstraat. Langs allemaal winkels vol dure designertroep en de nodige vage winkeltjes loop ik zo naar het station van Harajuku.



Op het pleintje vlakbij het station lopen inderdaad enkele tientallen bizar geklede jongeren rond. Helaas lopen er nog veel meer figuren met camera's rond, en lijken ze alleen te willen poseren voor Japanse jongens. En als je dan ook nog je camera verkeerd ingesteld hebt staan hou je weinig bruikbare plaatjes over.



Verder naar Meiji Jingu, een Shinto-heiligdom gebouwd ter ere van keizer Meiji en keizerin Shoken, die heersten van 1867 tot hun dood in respectievelijk 1912 en 1914. In de tweede wereldoorlog is de oorspronkelijke schrijn vernietigd, in 1958 is deze weer herbouwd. Het is een groots maar sober geheel, gelegen middenin een flink bos. En als je een beetje mazzel hebt wordt er ook nog een traditionele bruiloft gehouden.



Door naar Yoyogi-koen, een van de grootste parken van Tokyo, in 1964 het middelpunt van de Olympische spelen, tegenwoordig op zondag het verzamelpunt van iedereen die denkt hip te zijn. Vetkuiven gaan hier nog tot recordhoogte, en op diverse plaatsen staan bandjes te spelen, de een helemaal niet verkeerd, de ander werkelijk niet om aan te horen. En als je het een beetje handig aanpakt probeer je ook nog wat cd'tjes aan toeristen te slijten, ik weer happy met twee gesigneerde cd's van H.U.T. , wie kent ze niet? Wel erg jammer dat m'n camera alleen geluidloze filmpjes kan maken, tijd voor een nieuwe...

 

Voor wie het al wat groter durft aan te pakken is er ook nog een mooi podium, waar een heel aardige band lekker stevige punkrock staat te spelen. Vooral de ukkies lijken het te kunnen waarderen. Verderop staan nog veel meer bandjes te spelen, met muziek heeft het meeste weinig te maken, lachwekkend is het vaak wel.



Ga je verder het park in dan maakt de muziek al snel plaats voor een bijna onwerkelijke rust, die je midden in zo'n gigantische stad niet zou verwachten. Ook hier vertonen diverse straatartiesten hun kunsten, alleen dan met minder geluid. Maar ook met zeepbellen kan je een flink publiek geruime tijd vermaken, geen enkel probleem.



Langs het pleintje waar de vetkuiven nog steeds fanatiek aan het dansen zijn loop ik terug naar Harajuku, waar het al wat rustiger begint te worden. In Takeshita Street waag ik m'n geluk bij een foodcourt, uit de diverse stalletjes probeer ik voor de verandering eens een Chinese noedelsoep. Ietwat (of beter: heel erg) spicy, maar toch verdomd lekker.



Met deze keer de goede camera op zak en te vermoeid om nog veel te lopen besluit ik nog maar een keer naar het Metropolitan Government Building in Shinjuku te gaan. Helaas met matig succes, een spiegelreflex mag dan wel superieur zijn als het gaat om nachtopnamen, met zo'n grote lens blijkt het helaas nauwelijks mogelijk de spiegelingen in de ruiten te ontlopen, met de compactcamera ging dat toch beter.



Terug in Ueno maak ik nog een rondje door de omgeving van het station, op dit tijdstip bepalen zwervers echter het straatbeeld. Niet dat het ook maar een moment dreigend overkomt, maar echt gemakkelijk voel je je dan toch niet. Terug naar het hotel dan maar, waar ik nog een paar Nederlanders spreek, nog even een rondje over het internet dwaal en daarna toch maar m'n bed ga opzoeken. De eerste dag helemaal alleen in Tokyo heb ik in ieder geval overleefd...

Japan 2008, dag 14: Tokyo (zaterdag 24 mei)

Vroeg op vandaag, om vijf voor vijf worden we in de lobby verwacht. We gaan namelijk naar de Tsukiji vismarkt, de voornaamste actie speelt zich daar tussen vijf en zeven uur af. Na een ritje met de metro en een verkwikkende wandeling komen we bij de markt, de grootste ter wereld, waar dagelijks meer dan 2.000 ton aan vis verhandeld wordt en in totaal zo'n 60.000 mensen werkzaam zijn. Ondanks het vroege tijdstip is het dan ook al een drukte van jewelste, aan alle kanten racen allerlei karretjes je voorbij, voor toeristen wordt niet geremd.



Rond half zes begint de tonijnveiling, een onnavolgbaar schouwspel wat de vele toeristen vanaf de zijlijn mogen volgen. Nadat er eerste een paar minuten lang iemand een bel heeft staan luiden begint er een ander mannetje op een strak ritme onverstaanbare kreten uit te slaan, waarbij hij nog net niet van z'n podiumpje af stuiterd. De vissen worden na verkoop direct afgevoerd en in stukken gezaagd.



Uiteraard wordt er meer verhandelt dan alleen tonijn, al wil ik van sommige dingen niet weten wat het is. Fugu, de beruchte giftige kogelvis zou er ook veel verkocht moeten worden, maar heb ik niet gezien. En eetkraampjes kom je er ook niet tegen, voor superverse sushi ben je hier aan het verkeerde adres. Buiten de markt zouden wel ontelbaar veel restaurantjes moeten zitten, maar helaas komen we weer eens tijd tekort.



We moeten namelijk snel weer door, niet alleen de vishandelaren beginnen vroeg, de sumoworstelaars houden ook niet van uitslapen. We kunnen in de suno-wijk Ryogoku een training bijwonen, we moeten echter wel helemaal stil zijn, fotograferen mag gelukkig wel. Het is erg indrukwekkend om die kolossen zo bezig te zien, de training is fysiek onwaarschijnlijk zwaar en ondanks hun omvang zijn ze razendsnel. Weer buiten is het allemaal wat minder serieus, en kunnen we allemaal om de beurt met twee van de worstelaars op de foto.



Vanuit Ryogoku lopen we langs de Sumida-rivier naar Asakusa. Wat hier vooral opvalt zijn de vele daklozen die hier een hutje hebben gebouwd, wie naast het beperkte sociale vangnet valt komt hier terecht. Uiteindelijk komen we zo bij het hoofdkantoor van Asahi Beer, het door Philippe Starck ontworpen Flame d'Or Building. De hoge toren moet een bierglas met schuimkraag voorstellen, het 360 ton zware gevaarte op het lagere gebouw wordt door de lokale bevolking kin no unchi oftewel “gouden drol” genoemd...



Inmiddels is het hoog tijd voor ontbijt, we belanden bij een Starbucks. De korte nacht, het benauwde weer en de vermoeidheid van twee weken reizen beginnen echter hun tol te eisen. In plaats van de groep te volgen neem ik de metro terug naar het hotel voor een paar uurtjes rust.

's Middags ga ik zonder al een doel bepaald te hebben op stap, als ik even sta te wachten om ergens een foto te maken wordt ik door Maureen ingehaald. Ik heb nog een hele week om in m'n uppie rond te lopen dus gezelschap kan geen kwaad. Na diverse (veel te dure) winkels in Ueno gaan we naar Akihabara, het elektronica-Walhalla. Tenminste, als je aan de goede kant het station verlaat en vooral niet op de bordjes vertrouwt. Aan de kant waar wij uitkomen zitten niet de bekende schreeuwerige winkeltjes, maar alleen enkele grote zaken. Eerst maar eens een boeken- en muziekwinkel in, de prijzen vallen helaas niet bepaald mee maar ik kom toch niet met lege handen naar buiten: cd's van Bruce Springsteen en The Mars Volta, en enkele Japanse treinenbladen. Voor de plaatjes...



Dat er aan deze kant geen kleine winkeltjes zitten wil niet zeggen dat er geen elektronica verkocht wordt. Integendeel, de 9 etages hoge Yodobashi Akiba zou de grootste winkel in zijn soort ter wereld zijn, waarbij zelfs de eerder bezochte vestigingen van Bic Camera compleet in het niet vallen. Het interessantste is uiteraard weer de speelgoedafdeling, al weet ik de nutteloze aankopen deze keer te beperken tot een miniatuur-Tokyo Tower.

's Avonds volgt uiteraard een laatste gezamelijke maaltijd, Kaori wist een leuk tentje wat we zelf nooit gevonden zouden hebben. Helaas regent het inmiddels wel stevig, dat moedigt niet echt aan om er nog een lange gezellige avond van te maken. We besluiten de laatste avond met de groep dan ook maar met een biertje in de lobby, waar enkele dronken kerels met yakuza-uitstraling nog voor enige hilariteit zorgen...

Japan 2008, dag 13: Tokyo (vrijdag 23 mei)

De eerste volledige dag in Tokyo, tijd voor een rondleiding! Kaori neemt ons mee voor een tour door de hele stad, naar goed Japans gebruik uiteraard met het openbaar vervoer. Het begint al meteen met een bekende bestemming, het Metropolitan Government Office in Shinjuku. Juist, daar waren Jacco en ik de avond ervoor ook al geweest. Nu zijn echter beide torens toegankelijk, en als het toch gratis is moet je daar als Nederlander uiteraard van profiteren. Het uitzicht valt helaas wat tegen, zonder die eindeloze zee van lichtjes is het toch lang niet zo indrukwekkend, en het is niet helder genoeg om Mt. Fuji te zien.



Door richting Shibuya, naar Takeshita Street om precies te zijn. Dit smalle straatje zit vol overdreven trendy winkeltjes waar de “vogelverschrikkers” van Harajuku zich helemaal kunnen uitleven, het kan echt niet gek genoeg zijn. Helaas valt er op een doordeweekse dag onder schooltijd niet heel erg veel te beleven.



Lopen is ongezond, dus maar weer de metro in, naar Shibuya Station, ook al bekend terrein. Zo rond het middaguur is het toch iets minder druk op het kruispunt, al kan je het nog altijd onmogelijk rustig noemen. We gaan naar het 109 Building, een toren met in totaal 109 (jawel...) winkels en restaurants. En daar zit er zelfs eentje tussen waar we allemaal iets van onze gading vinden, als lunch heb ik een heerlijke omurice.



We hadden als ontmoetingspunt uiteraard Hachiko afgesproken, als de groep weer compleet is gaan we naar Chiyoda, waar het keizerlijke paleis staat. De duurste vierkante kilometer ter wereld, op het hoogtepunt van de zeepbel-economie zou dit stuk grond meer waard zijn geweest dan de hele staat Californië. Veel is er echter niet van te zien, verder dan het obligate plaatje van de brug komen we dan ook niet. Wel komt er nog een van de drie keizerlijke limo's langsgereden, maar geen idee of er nog hoogstaande figuren in zaten.



Vanaf het nabijgelegen, op Amsterdam CS geïnspireerde Tokyo Station gaan we naar Odaiba, een kunstmatig eiland wat vol zou moeten staan met de meest futuristische gebouwen. De rit er naar toe is in ieder geval al z'n geld waard, met de volautomatische Yurikamome-lijn steken we over de Rainbow Bridge de baai over. We stappen uit bij het Vrijheidsbeeld bij station Daiba. Hier zit weer een verhaal aan vast, toen Frankrijk het originele Vrijheidsbeeld aan New York schonk is er ook een kleine versie in Parijs geplaatst, deze heeft in 1998 een tijdje op Odaiba gestaan. Dit vond men zo'n succes dat er, toen het originele beeld weer terug in Frankrijk was, een nieuwe replica is geplaatst.



Na een hapje en een drankje in Aqua City, een van de vele grote malls op Odaiba, lopen we langs het bizar gevormde Fuji TV Building naar Palette Town. Het eerste onderdeel van dit complex wat we bezoeken is Meg@web, een enorme Toyota-showroom. Uiteraard staan daar alle huidige modellen, maar daarnaast ook een presentatie van allerlei technieken, Toyota in de autosport (met uiteraard enkele simulatoren), de mogelijkheid een proefrit te maken met een elektrisch autootje over een parcours dwars door de showroom en voor het echte werk loopt er buiten ook nog een heel circuit dwars door het hele complex.



Nu zijn nieuwe auto's wel aardig, maar oudere auto's zijn meestal nog leuker. En ook daar is aan gedacht, in het gebouw bevind zich ook iets wat voor automuseum door moet gaan. Uiteraard met voornamelijk Japanse auto's, maar enkele Amerikanen ontbreken ook niet. De rest van het complex wordt gevormd door Venus Fort, een onwaarschijnlijk kitscherige mall.



Na voor de tweede dag op rij bij McDonald's gegeten te hebben (ik schaam me diep...) gaat het grootste deel van de groep weer terug richting hotel, ik blijf met Jacco achter. Geen verkeerde beslissing, 's avonds blijkt het uitzicht vanaf het strand van Odaiba erg mooi. En ook het Vrijheidsbeeld ziet er zo in het donker ineens een stuk indrukwekkender uit.



Stiekem lopen we zo weer een tijdje rond, en merken we al snel weer het grote probleem van dat McDonald's-voer: je hebt al snel weer honger. Gelukkig is er ook een beter alternatief, namelijk Kua'Aina, een tent met naar eigen zeggen 's werelds beste hamburgers. Of ze echt nergens betere burgers hebben kan ik niet met zekerheid zeggen, maar het lijkt geen loze claim, zo hoort een hamburger te zijn: een vers gebakken broodje met een stuk vlees wat daadwerkelijk van een koe afkomstig lijkt te hebben, een verse schijf ananas en tomaat daar bovenop, en daarbij nog perfect gebakken friet en uienringen. Hmmm, ik begin bijna weer te kwijlen...



Hierna begeven we ons toch ook maar richting hotel, de volgende ochtend moeten we vroeg uit de veren...

Japan 2008, dag 12: naar Tokyo (donderdag 22 mei)

Vandaag is het dan eindelijk zover: op naar Tokyo! De hele groep had de optionele shinkansen geboekt, dus in plaats van 8 uur in een bus te moeten zitten zullen we het ruim 500 km lange traject in minder dan twee en een half uur per trein afleggen. Op het station valt al op hoe goed alles is aangegeven, ook zonder Kaori zouden we het best gered hebben. En de trein is helemaal een verademing, supercomfortabel, met heerlijk ruime, verstelbare stoelen, genoeg plek voor je bagage, en van alle gemakken voorzien. Mocht je bijvoorbeeld dorst krijgen, er staan ook nog ergens een stel drankautomaten, waarschijnlijk zouden de Japanners anders afkickverschijnselen krijgen. Nee, hiermee vergeleken is het bij de NS maar een hopeloze bende. Onderweg zouden we Mt. Fuji nog passeren, maar helaas blijkt het niet helder genoeg om hem te kunnen zien.



Zoals verwacht arriveren we exact op tijd op Tokyo Station. Vanaf hier nemen we de Yamanote-lijn naar Ueno Station, deze ringlijn met zijn 29 stations is de belangrijkste slagader van Tokyo, met dagelijks meer dan 3.5 miljoen passagiers. Ter vergelijking: het totale metronetwerk van New York, met 468 stations, vervoert dagelijks gemiddeld 5 miljoen mensen. Gelukkig is het deze keer niet al te druk, met alle bagage erbij zou een overvolle trein geen pretje zijn. Een busje brengt ons tenslotte naar ons hotel in Nezu, een rustige wijk gelegen tegen het Ueno park.



Na een gezamenlijke lunch in de buurt van het hotel ga ik samen met Jacco de stad verkennen. Eerst maar eens via de Shinobazu-vijver terug naar Ueno. Zoals veel wijken van Tokyo speelt ook in Ueno het leven zich voornamelijk af rond en onder de spoorlijnen, het stikt hier van de winkeltjes en marktkramen. En als je eens geen zin hebt in Japans eten, een broodje döner behoort hier ook tot de mogelijkheden...



We nemen vervolgens de metro naar Shibuya. Eerst maar eens naar het dak, waar een voetbaltoernooi voor kleine kinderen blijkt te worden gehouden. We verlaten get station via de Hachiko-uitgang, vernoemd naar het beroemde ontmoetingspunt bij dit station: het standbeeld van een hond. Hachiko kwam elke dag om 3 uur naar het station om zijn baasje op te wachten. Toen deze in 1925 echter overleed bleef Hachiko nog 10 jaar lang elke dag tevergeefs naar het station, tot hij zelf ook overleed. Nog tijdens zijn leven werd er bij het station een bronzen standbeeld van hem geplaatst. Tot zover dit stukje geschiedenis.



Direct bij deze uitgang ligt ook een andere belangrijke bezienswaardigheid, namelijk het kruispunt met de drukste voetgangersoversteekplaats ter wereld, waar elke paar minuten weer vele honderden mensen oversteken. Vanaf de straat is het al een bizar gezicht, maar om het echt te kunnen bevatten is er geen betere plaats dan een stoeltje bij het raam op de tweede etage van de Starbuck's.



Na nog een rondje door een (erg dure) cd/dvd-winkel gaan we verder de wijk in, die vooral bestaat uit lawaaiige trendy winkels. Maar verlaat de hoofdweg en je staat ineens zomaar in een soort rosse buurt. Maar dan wel met ergens in een hoek van het straatje verstopt een klein tempeltje. Ook onze nationale trots (inderdaad, dat smerige slootwater...) is in Japan aanwezig. Voor het avondeten gaan we voor de eerste keer deze reis naar de McDonald's, waar ik me waag aan een Teriyaki-burger en de Ebi Filet-O (garnalenburger). Die mogen ze ook best hier op het menu mogen zetten...



Met de trein gaan we naar Shinjuku Station, met gemiddeld 3,6 miljoen reizigers per dag het drukste station ter wereld. En met z'n eindeloze gangenstelsels en 200 uitgangen ook een berucht doolhof. Wonder boven wonder lopen we toch bijna direct goed naar onze bestemming: het Metropolitan Government Building, oftewel het stadhuis van Tokyo. Een dubbele toren van 243 meter hoog, ontworpen door Kenzo Tange, geïnspireerd door de Dom van Keulen. Nu is er in het donker niet zoveel van te zien, maar je kan wel gratis naar het uitzichtplatform. Hier heb je een werkelijk fenomenaal uitzicht over de kolossale stad, in alle richtingen zie je zover als je maar kan kijken alleen maar lichtjes. Helaas sta je wel achter glas en zijn er erg veel spiegelingen, fotograferen valt daardoor helaas niet mee.



Met de metro gaan we weer terug naar het hotel, de eerste dag Tokyo zit er op. Nog maar acht te gaan...

Japan 2008, dag 11: Kyoto (woensdag 21 mei)

De laatste dag in Kyoto alweer, helaas. Geen geplande excursies, ik had zelf nog wel een heel programma in gedachten, maar daar zou uiteindelijk niet veel van terechtkomen. We gaan met een groepje van vier op stap, eerst maar even een paar supermarktsandwiches wegwerken, daarvoor zoeken we een bankje in het Keizerlijke park, recht tegenover ons hotel.



Vervolgens de metro richting het station, waar we het dak maar eens opzoeken. Het is echt een kolossaal complex, vanaf het dakterras hebben we dan ook een aardig uitzicht over de stad. Helaas wel door vrij smerige ruiten, maar je kan niet alles hebben.



Halverwege de roltrappen naar de begane grond belanden we in de Isetan, een groot warenhuis. Of meer exact: we belanden op de speelgoedafdeling. Daar gaat het dan ook enigszins mis, ze verkopen daar veel teveel leuk spul. Ik weet het binnen de perken te houden, maar kom toch met een paar (al dan niet radiografische) autootjes, een stel puzzeltjes en een robot-insect naar buiten.



Na ons een weg tussen honderden scholieren door gebaand te hebben gaan we naar de nabijgelegen Kyoto Tower. Met 100 meter toch nog een stukje hoger dan het station, en hier wassen ze de ruiten wel regelmatig. En ook bijzonder: gratis verrekijkers! Het uitzicht is hier dan ook echt geweldig, vele bezienswaardigheden zijn zo van afstand te spotten. Wat echter misschien nog wel het meest opvalt is de enorme frequentie waarmee de shinkansens van het station vertrekken, elke paar minuten gaat er weer zo'n 16-delige sliert rijtuigen.



De volgende bestemming zou het Umekoji Steam Locomotive Museum moeten worden, maar verder dan een vestiging van Bic-Camera komen we niet. Ondanks de naam verkopen ze wel meer dan alleen camera's, sterker nog, zo ongeveer alles waar een stekker aan zit of batterijen in gaan wordt er verkocht. Met een beetje moeite weet ik er ook nog een batterijlader te bemachtigen die wél op 110 volt werkt, ik begon al door de wegwerpbatterijen heen te raken. De klokken- en horlogeafdeling is ronduit beangstigend, alle klokjes lopen tot op de seconde gelijk...



Na een bezoekje aan Starbuck's gaan Wim en Dennis terug naar het hotel, Jacco en ik gaan alsnog op zoek naar het museum. Waar het ligt? Ergens ten oosten van het station, het spoor volgen, dan kan het niet missen. Maar ja, hoe ver is het dan eigenlijk, lopen we er niet ongemerkt voorbij? De stadsplattegrond blijkt met de andere twee mee te zijn gegaan, en vragen aan een stel agenten geeft ook geen duidelijkheid. Gelukkig komen we nog een stel toeristen tegen met een Lonely Planet, die ook enigszins verdwaald waren. Ook zijn we nog getuige van een aanrijding, bier drinken op de fiets is niet zo verstandig...



Maar uiteindelijk zijn we er dan toch, bij het Umekoji Steam Locomotive Museum. Binnen echter toch meteen een probleempje, het kaartje moet uit een automaat komen, met uitsluitend Japanse tekentjes en meer keuze dan alleen normale en kinderkaartjes. En het personeel spreekt ook maar net drie woordjes Engels. Desondanks komen we er toch uit, en mogen we naar binnen. Meteen maar doorlopen naar een gereed staande trein voor een kort stoomritje, in een trein met verder vooral veel ukkies met felgekleurde petjes. Ook na dat korte ritje valt er voor een treinenfanaat nog genoeg te genieten, rond de draaischijf en in de locloods staan nog talloze stoomlocs en een enkele dieselloc. En uiteraard is er nog een souvenirwinkel, waar ik het niet kan laten twee dvd's te kopen, waaronder eentje van de Hakone-Tozan spoorlijn die ik een paar dagen later nog zal gaan bezoeken.



De weg terug naar het station weten we een stuk makkelijker te vinden, met de metro gaan we weer terug naar het hotel. We hadden met de rest van de groep afgesproken weer bij de Skylark te gaan eten, deze keer ga ik voor de vis, ik wordt al steeds handiger in het met stokjes ontleden van zo'n ding...



Na het eten nemen we weer de bus naar Gion, het weer leent zich nu wat beter om er rustig rond te kijken. De wijk bestaat voornamelijk uit winkelstraten met zo af en toe ook nog een traditioneel straatje, en tussen alle winkels zit af en toe ook ineens een klein tempeltje verstopt. Ook zijn er enkele overdekte winkelstraten met een aantal erg leuke winkels, ik ben echter zo verstandig niet nog veel meer nutteloze souvenirs te kopen. En daar heb ik nu nog spijt van...



Terug in het hotel kapen we nog een keer de tussenetage om zo onze eigen bar te creëren. Ik zal me hier maar beperken tot mijn eigen Bill “Lost in Translation” Murray-imitatie...

Japan 2008, dag 10: Kyoto & Nara (dinsdag 20 mei)

 Zoals eerder gezegd heeft Kyoto ruim 2.000 tempels en heiligdommen, dat is natuurlijk een beetje weinig. Daarom gaan we vandaag een dagje de stad uit naar Nara, waar nog veel meer tempels staan...

Eerst maken we echter nog een stop bij het Fushimi Inari-taisha, een van de oudste en belangrijkste Shintoïstische heiligdommen in Kyoto, waarvan de geschiedenis teruggaat naar het jaar 711. Afgezien van de vele beelden van vossen en de (enigszins vervaagde) felle kleuren is de tempel op zichzelf niet zo bijzonder. Het complex ligt echter tegen een berg, het pad naar de top wordt vrijwel geheel overdekt door tienduizenden torii. Het uitzicht vanaf de top valt wat tegen, maar de route er naar toe is fenomenaal.



De bus brengt ons vervolgens naar Nara, tussen 710 en 784 de hoofdstad van Japan. De belangrijkste bezienswaardigheden liggen rond Nara Park, we worden vlakbij Kofuku-ji afgezet. Net als eerder op Miyajima stikt het hier van de herten, al zijn ze hier wel nog een stuk brutaler. Veel tijd brengen we hier echter nog niet door, eerst maar eens op zoek naar iets te eten.



Na een bord curry op z'n Japans gaan we naar de belangrijkste bezienswaardigheid van Nara: de Todai-ji. Deze tempel zou het grootste houten gebouw ter wereld zijn, in de huidige vorm voltooid in 1709, oorspronkelijk zou er zelfs nog een groter gebouw gestaan hebben. Het is ook maar een klein beetje toeristisch, het lijkt wel of alle scholieren van Japan hier rondlopen. Het enorme gebouw staat er overigens niet voor niets, binnen staat het grootste bronzen Boeddhabeeld van Japan, 15 meter hoog en 500 ton zwaar. Niet dat je heel veel kans krijgt ernaar te kijken, het lijkt wel of al die scholieren hier hun Engels willen oefenen. Desondanks lukt het me zelfs nog om enkele souvenirs te kopen.



Verder naar de Kasuga Taisha, een Shinto-schrijn waar het gelukkig aangenaam rustig is. In de tempel vallen vooral de de talloze bronzen lantaarns op, het gebouw zelf is niet zo bijzonder. Waar het echter vooral om draait zijn de bospaden rond de tempel met vele duizenden stenen lantaarns.



Uiteindelijk komen we zo weer terug bij de Kofuku-ji, waar het nu inmiddels ook een stuk rustiger is. Wel is er nog een gebedsdienst, die ik zo discreet mogelijk toch op de foto probeer te zetten. Hierna nemen we de bus weer terug naar Kyoto.



Voor het avondeten belanden we bij de Skylark, een keten-restaurant dat het midden houdt tussen een fastfoodtent en een echt restaurant, met een kaart die uiteenloopt van steak met friet of pizza tot Japanse gerechten. Ik heb echt geen idee meer wat ik gegeten heb, alleen dat het goed gesmaakt heeft...

Japan 2008, dag 9: Kyoto (maandag 19 mei)

Kyoto is een stad met meer dan 2.000 (tweeduizend!) tempels en schrijnen. Wat zullen we vandaag dan eens gaan doen? Nou vooruit, laten we eens tempeltjes gaan kijken...

De eerste stop is meteen de beroemdste, Kinkaku-ji, beter bekend als het Gouden Paviljoen. Oorspronkelijk gebouwd in 1397, in 1950 door toedoen van een kwade monnik platgebrand. Vijf jaar later stond er echter alweer een nieuwe versie, waarbij ze meteen nog een extra etage van een laagje bladgoud hebben voorzien. De tempel is echter slechts een onderdeel van het veel grotere geheel, er zij nog diverse andere tempeltjes. En uiteraard ontbreken de souvenirwinkels niet, dit is nu eenmaal de belangrijkste toeristische trekpleister van de stad, je kan bijna over de hoofden lopen.



Vervolgens rijden we naar de Ryoan-ji. Hier gaat het niet zozeer om de tempel zelf, maar om de erbij gelegen rotstuin, welke in 1486 de eerste in zijn soort was. De tuin bestaat uit mooi geharkt grind met daarin 15 schijnbaar willekeurig geplaatste grotere rotsen. Echter, vanuit elk willekeurig punt zijn er maximaal 14 tegelijkertijd te zien, het getal 15 staat namelijk voor absolute perfectie, als je dat bereikt zou hebben kan het daarna alleen weer bergafwaarts gaan. Rond de tempel ligt nog een groot park rond een meer, dat stond nu echter vrijwel geheel droog.



We lopen vervolgens naar tempel nummer drie, de Toji-in, gebouwd in 1341. Na de beide grote toerististenmagneten is het hier aangenaam rustig. De tempel zelf is klein maar mooi, maar wat nog het meeste indruk maakt is de schitterende tuin. Geen grind en rotsen, maar gewoon een mooie landschapstuin. En uiteraard weer veel te kleine slippertjes om op rond te lopen...



Inmiddels is het alweer lunchtijd, we gaan naar een klein tentje vlakbij Toji-in. Veel keuze is er niet, kip of tempura. Ik ga voor de tweede optie, en zoals gebruikelijk is het weer erg lekker. Ondertussen blijkt Mama-san helemaal verzot op origami, niemand gaat met lege handen de deur uit. En uiteraard moeten we ook nog even op de foto.



Als afwisseling is de volgende stop eens een keer geen tempel, maar het kasteel Nijo-jo. Geen toren zoals in Himeji, maar een grotendeels gelijkvloers complex, na 25 jaar constructie voltooid in 1626. Veel muren zijn voorzien van prachtige beschilderingen, helaas is binnen fotograferen verboden en loopt er nogal wat bewaking rond. Een ander typisch kenmerk van het kasteel zijn de zogenaamde “nachtegaalvloeren”, die bewust zo geconstrueerd zijn dat ze kraken, om zo te voorkomen dat iemand ongemerkt het kasteel binnen kon sluipen. Rond het kasteel licht nog een niet zo spectaculaire tuin, waar ik wel weer een aantal keren het slachtoffer ben van scholieren...



Gelukkig gaan we hierna weer naar een tempel, Sanjusangen-do genaamd. Oorspronkelijk was dit een in 1164 gebouwd complex, dat echter door een brand in 1249 verwoest werd, waarna 17 jaar later alleen het hoofdgebouw herbouwd werd. Binnen staan 1.000 levensgrote beelden van Kannon met in het midden een veel groter beeld van deze 1.000-armige godin. Ervoor staan nog 28 beelden van verschillende beschermgoden. Een erg indrukwekkend gezicht, helaas geldt ook hier weer fotografeerverbod, maar gelukkig kan je dan altijd nog wel een plaatje van Google plukken.

               


Na een uurtje rust gaan we met een kleiner groepje weer op pad. Het regent behoorlijk, in de lobby kunnen we gelukkig paraplu's kopen, speciaal voor ons Nederlanders hadden ze ook knaloranje exemplaren. We nemen de bus naar Gion, de oude Geisha-wijk. Helaas is door het weer de kans een geisha tegen te komen tot nul gereduceerd, het blijft echter wel een mooie, levendige wijk. Restaurants zijn er ook genoeg, het merendeel wel in de wat hogere prijsklasse. Een keertje Kobe-beef (of iets vergelijkbaars) proberen? Geen probleem, reken echter wel op minstens € 60,- per portie. Er hangt dan wel een complete stamboom van de koe bij de ingang van het restaurant.



Wij houden het echter toch (iets) goedkoper, al zal het toch nog wel de duurste maaltijd van de hele vakantie blijken. Daarvoor krijgen we dan ook vele verschillende gangen met allemaal kleine gerechtjes, vrijwel allemaal erg lekker. Alleen de gewoonte om vlees na het bakken nog even door rauw ei te halen valt bij niemand goed, dat laten we toch maar aan de Japanners over...

Japan 2008, dag 8: Himeji & Kyoto (zondag 18 mei)

Aangezien de supermarkt deze ochtend door z'n sushi-voorraad heen bleek te zijn moet ik eens iets nieuws proberen: een sandwich! Maar dan wel eentje met o.a. zoete aardappel als beleg, het moet wel een beetje exotisch blijven natuurlijk. De bus zal ons vandaag naar Kyoto brengen, met een uitgebreide tussenstop in Himeji.



Deze stad is voornamelijk bekend vanwege Himeji-jo, beter bekend als het Witte Reiger-kasteel. De oorsprong van dit kasteel stamt uit 1331, en in de huidige vorm staat het er grotendeels sinds 1609. De directe omgeving is tijdens de tweede wereldoorlog zwaar gebombardeerd, het kasteel is echter op wonderbaarlijke wijze vrijwel ongeschonden gebleven. Eenmaal binnen de kasteelmuren is al snel duidelijk dat dit het best bezochte kasteel van Japan is, we zijn zeker niet de enige toeristen. Er lopen ook opvallend veel westerlingen, al zijn de Japanners zelf nog altijd ruimschoots in de meerderheid. En er zijn uiteraard slechtere locaties te bedenken voor je trouwfoto's...



Via een slingerroute door het complex komen we bij de grote kasteeltoren. Om het gebouw een beetje te ontzien moeten hier de schoenen uit, de slippers zijn helaas echter niet helemaal berekend op bescheiden maatje 46½. Zo indrukwekkend als het gebouw van buiten oogt, zo sober en functioneel is het binnen. Vanaf de bovenste etage heb je wel een leuk uitzicht over de (verder niet bijzonder fraaie) stad.



Eenmaal beneden mag ik gelukkig m'n schoenen weer aandoen, waarna ik de rest van het kasteel ga verkennen. Zo zijn er nog diverse kleinere verblijven en enigszins verstopt een speciale seppuku-plaats. Voor wie niet zo thuis is in de Japanse cultuur: dit is de rituele zelfmoord d.m.v. het opensnijden van de buik...



Bij het kasteel hoort ook een verzameling tuinen, Koko-en genaamd. Het was wel even zoeken, maar uiteindelijk weten we ook deze te vinden. Na de teleurstelling van Koraku-en een dag eerder is dit een enorme meevaller. Het geheel is verdeeld in vele grote en kleinere tuinen, de een nog mooier dan de andere. Foto's zeggen in dit geval meer dan woorden:



Na als lunch wederom een sandwich te hebben verorberd stappen we weer in de bus. We moeten eerst door Osaka, onderweg halen we nog een hele rij Kevers in. Ook maken we nog een toiletstop, in het winkeltje staat een lange rij automaten waar je zelfs een bakje friet uit zou kunnen halen, gefrituurd en wel. Ik ga echter maar op safe: druivenbladeren gevuld met rijst en makreel.



Na nog een stuk file komen we dan eindelijk in Kyoto, een stad van zo'n anderhalf miljoen inwoners. Ons hotel ligt direct tegenover het keizerlijk paleis, het is een typisch zakenhotel, vrij groot, hoofdzakelijk westerse gasten en met een tamelijk prijzig westers restaurant.

Na de bagage op de kamer gedumpt te hebben zoeken we met een groepje de metro op. De kaartjesautomaat levert gelukkig niet al teveel problemen op, alles staat netjes in het Engels aangegeven, daar kunnen ze in Parijs nog wat van leren. Een paar haltes verder staan we op Kyoto Station, een architectonisch hoogstandje van werkelijk gigantische omvang met over vele etages verdeeld talloze spoorlijnen, metro's en uiteraard ontelbaar veel winkels.

We gaan echter toch de straat op, vlakbij het station lopen we een chique ogend restaurant binnen. Voor de verandering is er eens een keer een Engelstalig menu, dat is toch wat makkelijker dan iets aanwijzen. Ik ga voor de eend, en krijg een schaaltje met daarop een paar kleine stukjes vlees, die werkelijk fenomenaal smaken. Gezien de pittige prijzen mocht dat trouwens ook wel. En gelukkig was het ook nog gelukt een kommetje rijst te bestellen zodat de honger toch wel gestild is. Na nog een bezoekje aan de Starbucks brengt de metro ons weer terug naar het hotel.

Japan 2008, dag 7: Kurashiki & Naoshima (zaterdag 17 mei)

Na een dagje solo ga ik vandaag weer met de groep mee, een excursie naar het “kunsteiland” Naoshima. Als ontbijt heb ik wederom supermarkt-sushi, gelukkig hebben ze de nodige variatie, het begint zo ondertussen een traditie te worden. Onderweg maken we eerst nog een stop in Okayama, om daar de beroemde Koraku-en tuin te bekijken. Deze reeds 300 jaar oude landschapstuin behoort tot de drie belangrijkste Japanse tuinen. Kan best zijn, eerlijk gezegd wist het niet zoveel indruk te maken. Het ziet er best mooi uit zo met het kasteel op de achtergrond, maar het mist iets bijzonders. Zegt iemand die thuis alleen maar 5 vierkante meter aan betonnen balkon heeft...



We rijden verder naar de haven van Uno, waar een festival aan de gang blijkt te zijn. Veel tijd hebben we hier echter de boot wacht nu eenmaal niet. Na een kwartiertje varen staan we op Naoshima, waar we een plattegrond in de hand gedrukt krijgen en verder onze gang kunnen gaan.



Vlakbij de haven is iets wat door moet gaan voor een 007-museum. Een belangrijk deel van het meeste recente James Bond-boek (dus geen film!), The Man with the Red Tattoo, speelt zich namelijk op het eiland af. Veel stelt het niet voor, een klein gebouwtje met voornamelijk filmposters en wat andere spullen uit de films.



Eigenlijk willen we de bus nemen naar de andere kant van het eiland, maar na de rij wachtenden en het formaat van de bus gezien te hebben gaan we toch maar voor een wandeling. Na een tijdje komen in een dorpje, waar we in een supermarktje iets te lunchen halen. In vergelijking met de gebruikelijke convenience stores is het aanbod hier wel wat beperkter, tel daar nog de taalbarrière bij op en waar kom je dan op uit? Een busje Pringles. Gelukkig had ik nog een stel onigiris's meegenomen...



Zoals gezegd is Naoshima vooral bekend als kunsteiland, met diverse musea. Interessanter lijkt ons echter het Art House Project, diverse over het eiland verspreide kunstprojectjes. De eerste is echter een tegenvaller, een paar hokjes met tatami-matten met wat bloemen erop. Heel interessant. Gelukkig is de tweede al een stuk interessanter, buiten valt ons al op dat er achter een van de ramen een enorme LCD-klok lijkt te zitten, van binnenuit is deze pas echt goed te zien. Daarnaast is er een vijver met allemaal kleine klokjes, vandaar ook de naam “Sea of Time '98” Fotograferen is overigens weer eens niet toegestaan, daar heb ik me in de meeste gevallen maar aan gehouden.

Iets buiten het dorpje ligt het derde project, de Go'oh Jinja-schrijn. Op het eerste gezicht een wat minimalistisch aandoende schrijn, met als opvallend onderdeel een glazen trap. Loop je echter iets verder richting de kust dan kom je bij een erg smalle, aardedonkere tunnel, waarmee je aan de onderzijde van die trap uitkomt, erg fraai om te zien.



Weer terug in het dorp komen we bij Minamidera, oftewel “Backside of the Moon”. We worden een volledig verduisterde ruimte ingeleid, waar we (met een beetje hulp als je zoals ik even compleet de weg kwijt was) op een bankje moeten gaan zitten. Voor het idee hoe donker het moet zijn: mijn horloge met lichtgevende wijzers moest ik toch echt afdekken. Zo moet je dan een kwartiertje recht voor je uit kijken, en verdomd, er lijkt ergens in de verte een vlak op te lichten. Dan krijgen we het signaal “walk to the light, touch the light!” waarbij blijkt dat dat vlak maar een paar meter bij je vandaan zat. Klinkt bizar? Ja, zo ervaar je het inderdaad ook, heel erg vervreemdend...

Als de ogen buiten weer een beetje aan het felle licht gewend zijn gaan we naar het laatste project in het dorp, Ishibashi oftewel “The Falls”. Het is niet meer dan een op de muur geschilderde waterval, maar ga er een paar minuten naar zitten kijken en je komt helemaal tot rust. Op de weg terug naar de haven lopen we nog langs het laatste project, Haisha, een ietwat bouwvallig uitziend huis met binnen de nodige rariteiten als bijvoorbeeld een vrijheidsbeeld.



De boot en bus brengen ons weer terug in Kurashiki. Met een flinke groep gaan we op zoek naar iets te eten. Dat valt in eerste instantie niet mee, zoveel mensen, zoveel wensen. Maar uiteindelijk weet een oud vrouwtje ons toch ergens naar binnen te sleuren. Uiteraard wel even in de etalage aanwijzen wat je wilt eten, ik ga voor de omurice. Zo'n met rijst gevulde omelet kende ik nog uit Zuid-Korea, hier krijg je er echter nog van alles bij. Terwijl we zitten te wachten komt er nog een of andere optocht voorbij. Nadat we ons het eten goed hebben laten smaken blijkt het eenmaal weer buiten vrijwel geheel uitgestorven, Japanners zijn duidelijk vroege eters. De Starbucks is gelukkig nog net wel open, met een lekkere bak koffie lopen we zo weer terug naar het hotel. In de lobby ouwehoeren we nog wat en controleren ook nog even het weerbericht, er zou namelijk een typhoon onderweg zijn onze kant op...

Japan 2008, dag 6: Kurashiki (vrijdag 16 mei)

Vandaag zou een fietstocht op het programma staan. Zou inderdaad, als ik 's ochtends wakker wordt besluit ik al heel snel die tocht te laten schieten, en er een lekker rustig dagje van te maken. Nog even een uurtje uitslapen, verslag bijwerken, gewoon lekker lummelen. En dan tegen een uur of tien alsnog op stap. Voor een ontbijt hoef ik niet ver te zoeken, tegenover het hotel zit een Family Mart, waar ik een bakje sushi haal. Vanuit de hotelkamer had ik al gezien dat het hotel vlak bij een spoorlijn lag, als treinenliefhebber kan ik die kans natuurlijk niet voorbij laten gaan. Langs het spoor op loop ik richting het station, vanaf een loopbrug kan ik nog een paar aardige plaatjes schieten.



Achter het station ligt het Tivoli park, een Japanse versie van het gelijknamige park in Kopenhagen. Leuk, maar daarvoor ben je natuurlijk niet in Japan. Eenmaal aan de andere kant van het station loop ik richting het oude centrum. In plaats van de grote weg te volgen volg ik een route door een arcade en smalle straatjes, waar uiteraard halverwege de bordjes ophouden. Met als gevolg dat ik niet helemaal uitkom waar ik verwacht had. Maakt niet uit, tijd genoeg.



Ik ben nu bij een flinke heuvel met daarop o.a. een Boeddhistische tempel en een park met een Shinto-heiligdom. Vrijwel geen toeristen te bekennen, en mede daardoor heerlijk rustig. Ik dreig nog even te verdwalen en probeer de weg te vragen aan een oud mannetje dat zelf beweert “very good English” te spreken. Nou ja, het is veel beter dan mij Japans zullen we maar denken...



Weer beneden kom ik via een paar leuke straatjes dan toch bij het historische stadscentrum. Kurashiki betekent letterlijk “plaats met pakhuizen”, en de belangrijkste bezienswaardigheid is dan ook een oud kanaal met traditionele pakhuizen. Het ziet er weliswaar allemaal prachtig authentiek uit, maar door de vele souvenirwinkeltjes, diverse straathandelaren, de gondeltjes en niet te vergeten de vele voornamelijk Amerikaanse toeristen heeft het toch een vrij hoog Disneyland-gehalte.



Uiteraard heeft dit ook zo z'n voordelen, voor een goede lunch hoef je niet lang te zoeken. Ik loop een restaurantje binnen waar ze traditioneel gemaakte ramen serveren, met de hand gesneden noedels. Je krijgt ze geserveerd in een bouillion met garnalen, mosselen, inktvis en nog veel meer. En het leukste: slurpen mag!



Langs het kanaal zitten ook diverse musea, het merendeel met kunstverzamelingen, iets wat mij niet zo kan boeien. Er zou echter ook een speelgoedmuseum moeten zijn, dat is dan wel weer leuk. Het is alleen niet zo makkelijk te vinden. Eerst loop ik nog een winkeltje binnen waar van alles te koop is met een of andere kerel genaamd Hoshino erop, blijkbaar een vroegere honkbalheld. De volgende poging is wel raak, iets wat ik in eerste instantie als souvenirwinkel had aangezien blijkt de museumwinkel te zijn. Daarachter liggen enkele ruimtes met vitrinekasten vol met allerlei plattelands-speelgoed, voornamelijk poppetjes in alle soorten en maten, maar ook tollen, bordspellen en vliegers variërend van 50cm tot een meter of vier. Fotograferen is helaas weer eens niet toegestaan.



Weer buiten zit ik rustig op een bankje wat te drinken als Susan, Jason, Sandra en Marjel langslopen. Ik sluit me bij hen aan en zo lopen we naar Ivy Square, waar diverse musea en winkeltjes zouden moeten zitten. Helaas blijkt dit om onduidelijke redenen gesloten, waarna we dan maar langs het kanaal op zoek gaan naar souvenirs. Daarna lopen we weer terug naar het hotel voor nog een uurtje rust.



Met hetzelfde groepje aangevuld met Wilhelmien gaan we 's avonds op zoek naar een restaurantje. We belanden bij een klein sushitentje, waar uiteraard geen woord Engels wordt gesproken. Jason heeft desondanks geen problemen met bestellen, gewoon aanwijzen, “doe alles maar”. Een goede keuze, alles smaakt heerlijk. Als toetje halen we bij het station nog een lekker ijsje met groene thee-smaak.

We hadden met de hele groep bij het station afgesproken voor een typisch Japanse avondbesteding: karaoke! Gelukkig in een eigen zaaltje, met een even prachtige als onbegrijpelijke afstandsbediening om de nummers te kiezen. Helaas blijkt het niet aan iedereen besteedt, maar eerlijk is eerlijk, mijn eerste keer karaoke was ook geen succes. Desondanks hebben we (met behulp van het nodige bier en sake een hoop lol, nummers als Born in the U.S.A. of My Way doen het uiteraard altijd goed, en de uitvoering van Barbie Girl (goh, alweer...) door Susan en ondergetekende is in ieder geval gedurende de rest van de reis nog regelmatig aangehaald....

Japan 2008, dag 5: Sandankyo & Hiroshima (donderdag 15 mei)

Hoe een dag beter te beginnen dan met een goed ontbijt? Bij een traditionele ryokan hoort uiteraard een traditioneel Japans ontbijt. Bestaande uit onder meer gedroogde visjes, gefermenteerde bonen em misosoep. Klinkt wellicht toch een tikje te extreem? Nou ja, dat was het dan eigenlijk ook wel, ik kan niet zeggen dat ik het echt een succes vond.

Na alles ingepakt te hebben brengt een bus ons naar de Sandankyo-kloof, waar wandelpaden naar verschillende watervallen uitgezet. De eerste waterval is echter niet te voet bereikbaar, het laatste stukje moet per boot door een erg smal stuk van de kloof. Boven het water zijn touwen gespannen waarmee onze toch niet meer al te jonge kapitein het bootje voort trekt. Ondertussen verteld hij enthousiast een heel verhaal, alleen jammer dat ons Japans wat roestig is en er dus geen woord van verstaan. Uiteindelijk komen we zo bij een klein, geisoleerd gelegen meertje uit, met dus een mooie waterval.




We nemen het bootje weer terug, waarna een stevige wandeling naar een andere waterval volgt. Het is af en toe wel slalommen tussen de vele fotograferende Japanners door, maar uiteindelijk komt ook de tweede waterval in zicht.



Op de terugweg komen we nog een slang tegen, deze zoekt helaas beschutting voor ik hem op de foto heb kunnen zetten. De bus brengt ons weer terug naar de ryokan, echter met een stevige omweg, je zou bijna denken dat de chauffeur compleet verdwaald was...



Eenmaal in de grote bus met ook alle bagage aan boord zwaaien we Mama-san uit, en vervolgen onze reis, als lunch moeten we genoegen nemen met een snelle hap bij een convenience store. Een uurtje rijden verder staan we alweer in Hiroshima waar we bij het Peace Memorial Park worden afgezet.

Hiroshima is uiteraard vooral bekend als de eerste stad die in de Tweede Wereldoorlog met een atoombom werd aangevallen. Die bom is destijds, op 6 augustus 1945 om kwart over acht 's ochtends, op 500 meter boven wat nu het park is geëxplodeerd. Hierdoor is vrijwel de gehele stad in één klap weggevaagd en zijn direct zo'n 80.000 mensen gedood. Als gevolg van de radioactieve straling is dit aantal uiteindelijk nog opgelopen tot 237.062. Tot zover dit akelige stukje geschiedenisles.

We beginnen de wandeling door het park bij het monument voor Sasaki Sadako, zij overleefde op 2-jarige leeftijd de atoombom, maar kreeg 9 jaar later als gevolg van de straling leukemie. Volgens een Japanse legende zou iedereen die 1000 origami-kraanvogels zou vouwen een wens mogen doen. Volgens de verhalen zou ze tot haar dood tot 644 vogels zijn gekomen, en zouden vriendjes en vrindinnetjes alsnog de resterende 356 stuks gevouwen hebben, in werkelijkheid schijnt ze zelf echter meer dan 1300 vogels te hebben gevouwen. In 1958 werd er een beeld van haar onthuld, waar sindsdien bezoekers hele ladingen kraanvogels achterlaten. En aangezien Kaori voor ons allemaal ook een vogel had gevouwen kunnen we uiteraard niet achterblijven.



Ondertussen was ik wel de groep kwijtgeraakt, ik vervolg m'n weg dus maar alleen naar de Genbaku Dome, beter bekend als de A-bomb Dome. Het is het restant van de Hiroshima Prefectural Industrial Promotion Hall, het dichtst bij de explosie staande gebouw wat niet volledig is weggevaagd.



Vervolgens kom ik bij de Vredesvijver, waar zolang er nog kernwapens in de wereld zijn een vlam zal branden. Vlakbij is ook de Hiroshima National Peace Memorial Hall for the Atomic Bomb Victims, waar in een grote ronde ruimte de namen van alle slachtoffers zijn vermeld. Door het park lopen ook talloze groepjes scholieren die om hun Engels te oefenen de vele buitenlanders aanspreken, en uiteraard moet ik er ook een paar keer aan geloven...



In het park bevindt zich ook het door Kenzo Tange ontworpen Peace Memorial Museum. Hier wordt een een gedetailleerd beeld gegeven van wat er die dag gebeurt is, van de werking van en atoombom tot de gruwelijke beelden en verhalen van de gevolgen ervan. Wat me opviel was dat nergens de VS wordt veroordeeld voor deze gruweldaad, er lijkt eerder sprake van berusting, het is nu eenmaal gebeurt, laat het alsjeblieft niet nog een keer gebeuren.



Na een laatste rondje door het park langs nog enkele monumenten ga ik op zoek naar het afgesproken ontmoetingspunt, een Starbucks in het centrum. Hiervoor moet ik door de Hondori Arcade, een lange overdekte winkelstraat met opvallend veel winkeltjes met manga-spullen, hippe kledingzaken en luidruchtige pachinkohallen.



Als avondeten gaan we een lokale specialiteit uitproberen: okonomiyaki. We gaan hiervoor naar een gebouw met een hele etage vol met gelijksoortige tentjes, waar we allemaal rond een grote bakplaat zitten. Hierop wordt een soort pannenkoek met daarop onder meer kool, spek, inktvis en een gebakken ei bereid, op wonderbaarlijke wijze krijgt iedereen ook nog precies de bestelde variant voorgeschoteld. Als drank probeer ik hier shochu, in de veronderstelling dat dit hetzelfde is als de Koreaanse soju. Niet helemaal, maar het lijkt er wel enigszins op. Al met al een zeer geslaagde maaltijd.



Na nog een paar laatste foto's in het park brengt de bus ons naar Kurashiki, waar we de komende twee dagen zullen verblijven. En nu weer in een heel gewoon hotel...

Japan 2008, special auto's

Maar even een lading autofoto's, die voor het overgrote deel toch niet echt in het verslag passen, maar die ik als autofanaat toch ook niet in een donker hoekje van m'n PC kan laten verstoffen...


Daihatsu

Mira Gino, 2x Tanto, Move III:


Naked, 2x Midget II:


3x Atrai:



Honda

Capa, 2x Life, That's:


Zest, Mobilio, Mobilio Spike:


4x Civic Type-R:


Accord, Integra, 2x Airwave:


Odyssey, 3x StepWGN:


2x Elysion, 2x Stream:


3x Vamos (waarvan eentje met een aftermarket neus...):


S2000, S600, Beat:



Lexus (alhoewel...)




Mazda

RX-7:



Mitsubishi

2x Minica Toppo, Lancer, L300:



Mitsuoka

Viewt (een verbouwde Micra), 2x Galue (een verbouwde Nissan Crew):



Nissan (deels in showroom bij hoofdkantoor, deels Nissan Gallery Ginza)

Pino, Moco I, Moco II:


March, 2x (of eigenlijk 3x) Cube:


2x Leopard, Rasheen:


Figaro, Fuga, President:


Sylvia, 2x Fairlady Z:


Lafesta, 2x Bassara (met identiteitscrisis...):


Serena, 2x Elgrand:


3x Stagea, met als bonus een Skyline:


3x Skyline sedan:


2x Skyline, GT-R:



Subaru

2x Bistro:



Suzuki

Twin, Alto, Lapin:


Jimny, enge Carry:


Toyota (deels in de MegaWeb-showroom)

2x bB, Ractis:


2x WiLL Cypha, Sienta:


2x Progrès, Origin:


Crown, Majesta, Mark X:


2x Celica, Comfort:


2x Century (V12!), Century Royal:


Nog even over die laatste, daarvan zijn 4 exemplaren speciaal voor de keizerlijke familie gebouwd. V12, 8 zitplaatsen, dorpelbeschermers van graniet, uiteraard volledig bepantserd. En een keizer rijdt uiteraard kentekenloos rond...


Tweewielers (of eigenlijk alles met minder dan 4 wielen)





Zwaargewichten:





Een drietal opvallende zaken bij de vrachtwagens:
1) je kan nooit genoeg chroom hebben, helaas heb ik geen foto's van een volledig verchroomde cabine...
2) je spiegels kunnen nooit ver genoeg naar voren zitten...
3) de asindelingen, 2+1, 2+2, 1+3, 2+3, 3+2, het kan allemaal. En desnoods met verschillende bandenmaten.


En tot slot nog wat westers spul...



Japan 2008, dag 4: Miyajima (woensdag 14 mei)

 Vandaag verlaten we Fukuoka alweer, als ik in de lobby kom staat de bus al klaar, na een snel bakkie koffie gaan we op weg. Het ontbijt in het hotel sla ik over, in een convenience store had ik een beter alternatief gevonden: sushi! Na een uurtje rijden maken we een toiletstop. Tenminste, dat was de bedoeling. We stoppen namelijk bij de 712 meter lange Kanmon-brug, die Kyushu met het hoofdeiland Honshu verbindt. Vanaf de parkeerplaats hebben we een prachtig uitzicht op de brug, waardoor het in de eerste plaats uitloopt op een fotostop.



Nog een uurtje rijden later komen we aan in Miyajimaguchi, waar we de veerboot naar Miyajima (officieel eigenlijk Itsukushima geheten) nemen. Dit is een heilig eiland, wat als gevolg heeft dat bomen niet gekapt worden, herten (boodschappers van de goden) ongestoord rond mogen lopen en het er tevens verboden is te baren of te sterven. Op de boot is al duidelijk wat ons ook te wachten staat: hele busladingen vol scholieren. Het mag dan een heilig eiland zijn, dat maakt het niet minder toeristisch, integendeel...



Na ons langs de talloze hertjes gewerkt te hebben komen we al snel bij de belangrijkste bezienswaardigheid van het eiland: de grote torii. 16,8 meter hoog, 60 ton zwaar, en naar het schijnt een van de meest gefotografeerde objecten ter wereld. Ik heb in ieder geval mijn steentje bijgedragen. We zijn ook net op tijd, het is nog eb, zodat je zonder natte voeten tot vlakbij de torii kan komen.



Voor we de rest van het eiland gaan verkennen is het eerst lunchtijd. We vinden al snel een typisch Japans restaurantje, geen menukaart, maar gewoon plastic imitaties van alle gerechten in de etalage, wijs maar aan wat je wilt hebben. Ik ga voor de tempura, gefrituurde garnalen en groenten, met rijst en een goed gevulde soep. We moeten dan wel wat minder comfortabel op de grond zitten, maar het heerlijke eten maakt veel goed.



Na het eten vervolgen we onze weg over het eiland, wat (niet geheel onverwacht) vol blijkt te staan met tempels in alle soorten en maten. En natuurlijk beelden, heel erg veel beelden. En dus ook heel erg veel foto's...



Er zou ook nog ergens een bergtop met aapjes moeten zijn, maar daarvoor ontbreekt helaas de tijd. We moeten dus maar genoegen nemen met hertjes, die ook de verpakking van een ijsje zeer smakelijk blijken te vinden. In het dorp stikt het uiteraard ook van de souvenirwinkeltjes, ook probeer ik nog een spiesje met inktvis, lenteuitjes en iets ondefinieerbaars. En uiteraard neem ik nog even de tijd om de beroemde torii, die nu helemaal in het water staat, een paar keer op de gevoelige plaat vast te leggen.



Na de boot terug naar Miyajimaguchi te hebben genomen sla ik nog snel een paar onigiri's in als avondeten, waarna we weer in de bus stappen. Deze rijdt ons naar Sandankyo, waar we in een ryokan zullen overnachten. Nou ja, niet helemaal, de weggetjes in dit landelijke gebied zijn te smal voor onze grote bus, voor het laatste stukje gaat de bagage op een klein wagentje, zelf nemen we de benenwagen.



Eenmaal bij de ryokan aangekomen staat Mama-san al klaar om ons te verwelkomen. Na onze schoenen verwisseld te hebben voor veel te kleine slipper krijgen we een uitleg over de futon (beddegoed) en hoe een yukata (kamerjas) te dragen. Hierna mogen we onze eigen kamers opzoeken, Jacco en ik krijgen deze keer gezelschap van Fabius en Erik.


(foto gemaakt door Jacco)

Na ons te hebben omgekleed en ik m'n eigen, minstens 5 maten grotere slippers heb opgezocht besteden we de rest van de avond in de eetzaal, waar we voor het eerst ook kennismaken met sake. Een gevaarlijk drankje, zolang het warm is proef je namelijk totaal niet dat er behoorlijk wat alcohol in zit, eenmaal afgekoeld des te beter. Na wat kaartspelletjes en vooral veel geouwehoer zoeken we onze kamer weer op. Geslapen wordt er echter pas na een ouderwets kussengevecht...

Japan 2008, dag 3: Fukuoka (dinsdag 13 mei)

 De eerste ochtend begint met een ontbijt in het hotel. Het positieve is dat het gratis is, maar verder wordt ik er niet echt vrolijk van: smaakloze broodjes met dubieuze vulling. Gelukkig wel fatsoenlijke koffie en jus d'orange, dat helpt wel een beetje. Na een introductie van Kaori gaan we direct op pad, Fukuoka verkennen. Na een stop bij het postkantoor en de IMS-mall komen we bij het A.C.R.O.S.-gebouw (Asian CrossRoads Over the Sea), een vreemd bouwwerk van staal, glas en vooral een hoop groen. Hier krijgen we allemaal een plattegrond in onze handen gedrukt, veel plezier verder! Niet negatief bedoeld overigens, zo is reizen met Shoestring nu eenmaal.



Met een flinke groep lopen we naar Canal City, een enorm complex van winkels, restaurants en hotels, en dat alles tamelijk spectaculair vormgegeven. En ook binnen is genoeg te zien, vreemde winkels zoals je die alleen in Japan tegen zal komen, maar een kookles volgen behoort ook tot de mogelijkheden. En het is natuurlijk ook een prachtige plaats om je trouwfoto's te laten maken. Onze lunch is overigens niet bepaald Japans te noemen, een ham/kaas-baguette. Maar naar goed Japans gebruik is de uitwerking beter dan je in Frankrijk ooit zal krijgen.



We lopen vervolgens verder richting Ohori-koen, wat iets verder blijkt te zijn dan verwacht. Maakt niet uit, zo zie je nog eens wat. Een enorme electronicazaak bijvoorbeeld, al stelde het vergeleken met wat we later nog zouden gaan zien niks voor. En mede dankzij de lage koers van de yen zijn de prijzen zeer interessant, een camera die ik op het oog had kost de helft van wat ie in Nederland zou kosten. Ik hou me echter nog even in. Een convenience store moet er wel aan geloven, naast ijsthee (ongezoet spul, zouden ze hier ook moeten verkopen) haal ik ook een onigiri met onbekende vulling, er staan alleen onleesbare tekentjes op. We besluiten ter plekke alles wat onbekend is “teriyaki” te noemen, en wat blijkt, het smaakt nog daadwerkelijk naar teriyaki ook.



Ondertussen zijn we bij Ohori-koen aangekomen, een groot park met diverse musea en de ruïnes van het vroegere kasteel. Nou ja, zelfs de benaming “ruïne” is nog teveel eer, afgezien van een muur rond het kasteelterrein is er eigenlijk helemaal niks meer te zien. Wel is er een mooi uitzicht over de stad, met in de verte de enorme Fukuoka Dome (overdekt baseballstadion) en de Fukuoka Tower. De rest van het park is niet zo bijzonder, heel veel valt er niet te zien.



We lopen weer terug richting het hotel, maar maken eerst nog een tussenstop bij een Starbucks. Vanaf het terras kunnen we meegenieten van enkele aparte zaken in het Japanse verkeer. Zo zetten buschauffeurs steevast de motor uit bij een stoplicht, in plaats van een paar minuten stationair te draaien. En ook blijken de voetgangerslichten bij de kruispunten van leuke melodietjes te zijn voorzien, die na een kwartiertje voor eeuwig in je geheugen gegrift staan.



's Avonds gaan we een bij een zogenaamde yatai eten, een klein stalletje langs de weg. Zo klein zelfs dat niet iedereen “binnen” kan zitten, met een klein groepje mogen we op minuscule krukjes naast het stalletje gaan zitten. Maar goed, daar wordt je dan weer niet uitgerookt, elk voordeel heb z'n nadeel. Ik blijk de goede gerechten gekozen te hebben, na een spiesje met spek krijg ik een kom ramen, een heerlijke noedelsoep. Anderen hebben minder geluk en moeten genoegen nemen met een stuk gekookte tofu of rettich.



Ik besluit de avond met een telefoontje om m'n moeder te feliciteren met haar verjaardag, ik begin er een gewoonte van te maken rond die dag een paar duizend kilometer van huis te zijn...

Japan 2008, dag 2: aankomst Fukuoka (maandag 12 mei)

 Als ik weer wakker word vliegen we al boven de Japanse Zee, ik heb de eindeloze vlucht over Rusland dus vrijwel geheel slapend doorgebracht. Het ontbijt sla ik desondanks over, ik voel me al niet zo geweldig meer en de geur die van het karretje afkomt helpt ook niet echt mee. Gelukkig landen we al snel weer op Narita Airport bij Tokyo, een beetje frisse lucht (van de airco op het vliegveld...) zal me hopelijk goed doen.

Bij de douane maken we nog even geen kennis met de legendarische Japanse efficiëntie, er staat namelijk een lange, trage rij. En het helpt ook niet mee dat ik door alle slaap helemaal vergeten was in het vliegtuig alvast de formulieren in te vullen. We hebben echter alle tijd, de volgende vlucht vertrekt namelijk pas over ruim 5 uur.

Na uiteindelijk de douane door te zijn gekomen hebben we alle tijd om het vliegveld te bewonderen. Nou ja, dat is enigszins een tegenvaller, we zitten op een kleine terminal waar nauwelijks iets te beleven valt, een paar winkeltjes, dat is alles. Gelukkig begin ik me na een paar uur al wel weer wat beter te voelen, al zal vliegen nooit echt mijn hobby worden. Na lang wachten vliegen we dan eindelijk door naar Fukuoka, ook van die vlucht heb ik weinig meegekregen. Eenmaal geland in Fukuoka ontmoeten we dan ook eindelijk onze reisleidster, Kaori, zoals gebruikelijk bij Shoestring een Engels sprekende local.

Zoals we tijdens de landing al prachtig op de monitoren konden zien ligt het vliegveld van Fukuoka vlakbij het stadscentrum, na een ritje met de metro en een korte wandeling staan we dan ook al bij het hotel. Ik had geen eenpersoonskamer geboekt en wordt met Jacco als kamergenoot ingedeeld. De kamer is op zich nog niet zo klein, de badkamer daarentegen is een toonbeeld van efficiënt plaatsgebruik: op minimale ruimte passen een bad, toilet en wastafel. Het toilet is sowieso een verhaal apart, voorzien van diverse knopjes (en bijbehorende handleiding) voor een verwarmde toiletbril en diverse spoelfuncties. Het is een aparte ervaring, maar eigenlijk niet onaangenaam. Ook slim is een wasbakje bovenop de spoelbak, zodat het water waarmee je je handen wast de volgende keer gebruikt kan worden om het toilet mee door te spoelen, een handige vorm van waterbesparing die ik vreemd genoeg buiten Fukuoka niet meer gezien heb.



Het is inmiddels al behoorlijk laat, maar een stevige maaltijd gaat er nu inmiddels toch wel in. De meeste restaurants zijn al lang gesloten, de uitzondering daarop vormt een curry-restaurant. Er is een prachtige menukaart met foto's die allemaal sterk op elkaar lijken en uiteraard zonder ook maar een woord Engels erop, maar dankzij Kaori hebben we toch enigszins een idee wat we bestellen. In mijn geval vis en inktvis, uiteraard met flink gekruide saus en rijst, het smaakt in ieder geval uitstekend. Na het eten gaan we toch maar direct terug naar het hotel, eerst maar eens de jetlag eruit gaan slapen...