China, dag 15, terug naar huis (Zondag 21-10-07)
Om maar te beginnen met de vraag de dag eerder te beantwoorden: nee,
het is niet verstandig om de avond voordat je terug naar huis gaat
vliegen flink te gaan zuipen. Rond vier uur 's ochtends wordt ik
wakker, hondsberoerd met vooral een barstende hoofdpijn. Vinger achter
in de keel (de onsmakelijke details zal ik jullie verder besparen),
een half uurtje onder een loeihete douche, een stel paracetamols en een
kop groene thee, daarna voel ik me al wel weer iets beter. Met het idee
dat een beetje frisse lucht me wel goed zal doen ga ik in alle vroegte
maar een rondje om het hotel lopen. Op straat is het een drukte van
jewelste, blijkbaar is dit ook populair uitgaansgebied voor de jeugd.
En overdag mogen motoren in Guangzhou dan wellicht verboden zijn, daar
is op dit tijdstip niks van te merken. Verderop is echter het domein
van veel zwervers, ik keer dan ook maar weer om.
Het heeft wel geholpen, de hoofdpijn is al bijna geheel verdwenen,
eigenlijk voel ik me alweer verbazingwekkend goed. En dat is toch een
geruststellende gedachte met de lange vlucht voor de boeg. Na nog snel
even m'n tas ingepakt te hebben is het alweer zeven uur, tijd om uit te
checken, de bus staat al klaar om ons naar het vliegveld te brengen.
Eenmaal op het vliegveld verloopt het inchecken traag maar zonder
problemen. M'n tas weegt inmiddels wel maar liefst 22,7kg, oftewel een
dikke 5kg meer dan bij vertrek. En dat terwijl ik toch echt nog een
kapotte broek heb weggegooid en de beide pakjes stroopwafels al lang
verorberd waren, ik heb toch goed m'n best gedaan met souvenirs...
We nemen afscheid van Helen, nadat ze ons twee weken lang prima op
sleeptouw heeft genomen. Een medewerker van het vliegveld sleurt ons
vervolgens mee over de hele terminal, de toeristische route door
allemaal mysterieuze gangetjes zullen we maar zeggen. Alle controles
verlopen soepel, en uiteindelijk komen we bij de tamelijk afgelegen
gate uit. We moeten nog ruim een uur wachten, en dan is één
taxfree-winkeltje en een koffiebar toch wel erg minimaal. De jus
d'orange is er gelukkig wel heerlijk vers, maar dat mag ook wel voor
een absurde RMB 48.
De eerste vlucht gaat naar Beijing, een goede twee uur vliegen. En
ook al is het nog ochtend, een warme maaltijd hoort er dan toch bij. Ik
ga voor de “beef”, maar ik vraag me echt af of dat spul ooit aan een
dier heeft gezeten, zo goor is het. De rijst is gelukkig wel lekker. En
waarom lijkt zo'n korte vlucht toch al een eeuwigheid te duren? Op het
vliegveld van Beijing is het weer een lekkere chaos, voor we door de
douane gaan moeten we nog een formuliertje invullen, dat wist ik
gelukkig nog van de vorige reis. De meeste passagiers hebben echter
geen flauw idee, het helpt uiteraard ook niet echt dat ergens verstopt
in een hoekje van de hal een tafeltje staat met die formuliertjes. De
rest gaat allemaal weer zonder problemen, waarna we nog een half uurtje
moeten wachten voor we weer het vliegtuig in kunnen.
De lange vlucht is zoals gewoonlijk weer een beproeving, een mens
is nu eenmaal niet gemaakt om zo lang in zo'n ding opgesloten te
zitten. Al snel krijgen we weer een maaltijd, deze keer iets wat ooit
aan een vis zou hebben gezeten, het smaakt in ieder geval niet eens zo
verkeerd. Het entertainmentprogramma is ook knap waardeloos, na een
keer of drie kan je Back to School Mr. Bean
ook wel dromen. Na een paar uurtjes poging tot slapen komen ze ook nog
langs met iets wat een ontbijt zou moeten voorstellen, terwijl we
inmiddels al ergens laat in de middag zitten. En niet alleen dat,
alleen al van de geur ga ik bijna over m'n nek. Maar dan doe ik een
ontdekking die de rest van de vlucht nog enigszins draaglijk weet te
maken: achterin het vliegtuig kan je niet alleen terecht voor een
drankje, maar liggen ook stapels heel redelijke sandwiches. En
eigenlijk is staan nog comfortabeler dan zo'n krappe stoel.
Uiteindelijk landen we dan toch weer op Schiphol. De douane gaat,
zoals gebruikelijk, lekker vlot, de bagage daarentegen laat, zoals
gebruikelijk, weer een eeuwigheid op zich wachten. Na afscheid genomen
te hebben van de groep zoek ik de trein op. Wat een verschil is het
trouwens tussen het heldere, schone en overzichtelijke vliegveld en het
sombere station, waar je moet zoeken naar de bordjes. Ik zal ook niet
meer zeuren over vertragingen, als ik net een minuut te laat de roltrap
af kom zie ik nog net mijn trein in de verte verdwijnen...
Een naar enkele andere passagiers ronduit onbeschofte conductrice (met toepasselijke haarband: “I got issues”)
kan dit laatste stuk van de reis niet meer verpesten, en in Den Bosch
heb ik de mazzel dat de sneltrein richting Oss vertraging heeft, en
daardoor juist een perfecte aansluiting heeft. M'n vader staat me al op
te wachten om me terug naar m'n flat te brengen, waar m'n moeder
ondertussen voor een lekkere maaltijd heeft gezorgd.
En daarmee is er ook weer een einde gekomen aan deze reis. Ook deze
tweede keer in een ruim jaar tijd is China me uitstekend bevallen, het
is echt onvoorstelbaar hoe snel het land veranderd. Maar bovenal is het
een land met een schitterende historie, een trotse bevolking, levendige
steden, mooie landschappen, heerlijk eten en na een moeilijke eeuw een
prachtige toekomst voor de boeg. Ik ga zeker nog een keer terug!
(maar niet tijdens de Olympische Spelen, dan is het mij toch echt iets te druk...)
(met dank aan Babelfish voor de vertaling, hopelijk staat er geen onzin...)




























































































































































































































































































































































































































































































Laatste reacties