Laatste berichten

Laatste reacties

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

China, dag 15, terug naar huis (Zondag 21-10-07)

Om maar te beginnen met de vraag de dag eerder te beantwoorden: nee, het is niet verstandig om de avond voordat je terug naar huis gaat vliegen flink te gaan zuipen. Rond vier uur 's ochtends wordt ik wakker, hondsberoerd met vooral een barstende hoofdpijn. Vinger achter in de keel (de onsmakelijke details zal ik jullie verder besparen), een half uurtje onder een loeihete douche, een stel paracetamols en een kop groene thee, daarna voel ik me al wel weer iets beter. Met het idee dat een beetje frisse lucht me wel goed zal doen ga ik in alle vroegte maar een rondje om het hotel lopen. Op straat is het een drukte van jewelste, blijkbaar is dit ook populair uitgaansgebied voor de jeugd. En overdag mogen motoren in Guangzhou dan wellicht verboden zijn, daar is op dit tijdstip niks van te merken. Verderop is echter het domein van veel zwervers, ik keer dan ook maar weer om.

Het heeft wel geholpen, de hoofdpijn is al bijna geheel verdwenen, eigenlijk voel ik me alweer verbazingwekkend goed. En dat is toch een geruststellende gedachte met de lange vlucht voor de boeg. Na nog snel even m'n tas ingepakt te hebben is het alweer zeven uur, tijd om uit te checken, de bus staat al klaar om ons naar het vliegveld te brengen.

Eenmaal op het vliegveld verloopt het inchecken traag maar zonder problemen. M'n tas weegt inmiddels wel maar liefst 22,7kg, oftewel een dikke 5kg meer dan bij vertrek. En dat terwijl ik toch echt nog een kapotte broek heb weggegooid en de beide pakjes stroopwafels al lang verorberd waren, ik heb toch goed m'n best gedaan met souvenirs...

We nemen afscheid van Helen, nadat ze ons twee weken lang prima op sleeptouw heeft genomen. Een medewerker van het vliegveld sleurt ons vervolgens mee over de hele terminal, de toeristische route door allemaal mysterieuze gangetjes zullen we maar zeggen. Alle controles verlopen soepel, en uiteindelijk komen we bij de tamelijk afgelegen gate uit. We moeten nog ruim een uur wachten, en dan is één taxfree-winkeltje en een koffiebar toch wel erg minimaal. De jus d'orange is er gelukkig wel heerlijk vers, maar dat mag ook wel voor een absurde RMB 48.

De eerste vlucht gaat naar Beijing, een goede twee uur vliegen. En ook al is het nog ochtend, een warme maaltijd hoort er dan toch bij. Ik ga voor de “beef”, maar ik vraag me echt af of dat spul ooit aan een dier heeft gezeten, zo goor is het. De rijst is gelukkig wel lekker. En waarom lijkt zo'n korte vlucht toch al een eeuwigheid te duren? Op het vliegveld van Beijing is het weer een lekkere chaos, voor we door de douane gaan moeten we nog een formuliertje invullen, dat wist ik gelukkig nog van de vorige reis. De meeste passagiers hebben echter geen flauw idee, het helpt uiteraard ook niet echt dat ergens verstopt in een hoekje van de hal een tafeltje staat met die formuliertjes. De rest gaat allemaal weer zonder problemen, waarna we nog een half uurtje moeten wachten voor we weer het vliegtuig in kunnen.

De lange vlucht is zoals gewoonlijk weer een beproeving, een mens is nu eenmaal niet gemaakt om zo lang in zo'n ding opgesloten te zitten. Al snel krijgen we weer een maaltijd, deze keer iets wat ooit aan een vis zou hebben gezeten, het smaakt in ieder geval niet eens zo verkeerd. Het entertainmentprogramma is ook knap waardeloos, na een keer of drie kan je Back to School Mr. Bean ook wel dromen. Na een paar uurtjes poging tot slapen komen ze ook nog langs met iets wat een ontbijt zou moeten voorstellen, terwijl we inmiddels al ergens laat in de middag zitten. En niet alleen dat, alleen al van de geur ga ik bijna over m'n nek. Maar dan doe ik een ontdekking die de rest van de vlucht nog enigszins draaglijk weet te maken: achterin het vliegtuig kan je niet alleen terecht voor een drankje, maar liggen ook stapels heel redelijke sandwiches. En eigenlijk is staan nog comfortabeler dan zo'n krappe stoel.

Uiteindelijk landen we dan toch weer op Schiphol. De douane gaat, zoals gebruikelijk, lekker vlot, de bagage daarentegen laat, zoals gebruikelijk, weer een eeuwigheid op zich wachten. Na afscheid genomen te hebben van de groep zoek ik de trein op. Wat een verschil is het trouwens tussen het heldere, schone en overzichtelijke vliegveld en het sombere station, waar je moet zoeken naar de bordjes. Ik zal ook niet meer zeuren over vertragingen, als ik net een minuut te laat de roltrap af kom zie ik nog net mijn trein in de verte verdwijnen...

Een naar enkele andere passagiers ronduit onbeschofte conductrice (met toepasselijke haarband: “I got issues”) kan dit laatste stuk van de reis niet meer verpesten, en in Den Bosch heb ik de mazzel dat de sneltrein richting Oss vertraging heeft, en daardoor juist een perfecte aansluiting heeft. M'n vader staat me al op te wachten om me terug naar m'n flat te brengen, waar m'n moeder ondertussen voor een lekkere maaltijd heeft gezorgd.

En daarmee is er ook weer een einde gekomen aan deze reis. Ook deze tweede keer in een ruim jaar tijd is China me uitstekend bevallen, het is echt onvoorstelbaar hoe snel het land veranderd. Maar bovenal is het een land met een schitterende historie, een trotse bevolking, levendige steden, mooie landschappen, heerlijk eten en na een moeilijke eeuw een prachtige toekomst voor de boeg. Ik ga zeker nog een keer terug!
(maar niet tijdens de Olympische Spelen, dan is het mij toch echt iets te druk...)


(met dank aan Babelfish voor de vertaling, hopelijk staat er geen onzin...)

China, dag 14, Guangzhou (Zaterdag 20-10-07)

 Na een onrustige nacht komen we 's ochtends aan op het enorme station van Guangzhou, beter bekend als Kanton. Eenmaal buiten krijgt onze reisleidster Helen versterking, iemand van het lokale kantoor zal ons met de metro naar de bus leiden. Die metro blijkt overigens wel een uitkomst, waar we vorig jaar nog met bagage en al het hele eind moesten lopen, is het nu vijf minuten en twee haltes met de metro. De busrit verloopt minder soepel, het hotel zit midden in de oude binnenstad, het verkeer de smalle straatjes daar staan muurvast. Eenmaal aangekomen blijken onze kamers ook nog niet allemaal beschikbaar, maar na een half uurtje geduld hebben we dan toch de sleutels. Het is overigens wel een flinke wandeling van de lift naar m'n kamer, voor de zekerheid hebben ze halverwege toch maar een extra toilet gemaakt...



Nadat ik op de (volledig Chinese!) kaart het hotel heb gemarkeerd ga ik eerst op zoek naar een goede brunch. Rond het hotel stikt het van de eettentjes, alleen is er maar zelden gelegenheid om te zitten. Ik beland uiteindelijk bij de fastfoodrestaurant in Chinese stijl. Blijkbaar komen hier niet zo vaak westerlingen, aangezien het personeel me ongevraagd de weg naar de McDonald's en Pizza Hut begint te wijzen. Mooi niet dus, bij gebrek aan Engelse omschrijvingen bestel ik maar het mooiste plaatje. Het blijkt veel bot met daaraan een klein beetje zeer smakelijk gekruide kip te zijn, met heerlijke groenten erbij en een nogal smaakloze soep.



Terwijl ik zit te eten schuift een wat oudere Australische man aan, die na met een Chinese getrouwd te zijn nu al 7 jaar als leraar Engels hier blijkt te werken. Nadat hij zo ongeveer alles in China tot de grond heeft afgekraakt met de toevoeging toch nergens anders meer te willen wonen stelt hij voor me een beetje rond te leiden door de stad. Een aanbod waar ik dankbaar gebruik van maak. Zo belanden we al snel op de jademarkt, een echte antiekmarkt en via een drukke winkelstraat de huisdieren- en medicijnmarkt. Het zal al wel duidelijk zijn, Guangzhou is echt een stad van markten.

Uiteindelijk belanden we op Shamian Island, vooral populair bij rijke Amerikanen die hier hun adoptiekind komen ophalen. Dat heeft ook gevolgen, men spreekt hier prima Engels, je kan dus bij de obligate souvenirstandjes maar beter niet hardop zeggen wat je van de koopwaar vind. Na nog een stuk langs de Pearl River, langs de oevers staat vooral veel vreselijke hoogbouw, maar er staan gelukkig ook de nodige fraaie staaltjes van Art-Deco. En het rivierwater mag er dan niet echt fris uitzien, er is altijd wel iemand zo gek om er een lekker stukje in te gaan zwemmen. Hier neem ik afscheid van de Australiër, wiens naam ik overigens vergeten ben.

   

Ik besluit de middag verder te door te brengen op de talloze markten in dit stadsdeel, waar echt de meest uiteenlopende producten verkocht worden. Diverse vismarkten zijn in een havenstad natuurlijk niet zo vreemd, maar een hele markt vol snoep, kantoorspullen of zelfs kerstversieringen zijn toch een ander verhaal. Maar ook gewone vlees- en groentenmarkten ontbreken uiteraard niet, waar blijkt dat ook een jochie van een jaar of tien prima in staat is kippen te slachten.



Ook kom ik zo bij toeval bij de Shishi Sacred Heart kathedraal uit, het grootste Gotische bouwwerk van China. In elke andere Chinese stad zou zoiets qua stijl totaal misplaatst zijn, maar in hier kan het prima. De hele stad is namelijk een mengelmoes van stijlen, naast uiteraard talloze betonkolossen en het al eerder genoemde Art-Deco overheerst vooral een koloniale stijl. Als je de Chinese tekens even wegdenkt zou je je soms zo ergens op een Caraïbisch eiland wanen. Het klimaat is er met een tropisch klamme 28 graden overigens ook naar.



Ik hoopte eigenlijk nog een stukje van de beruchte Qingping markt mee te kunnen pikken, vooral bekend van de horrorverhalen over honden en slangen. Ik ben echter te laat, men is al druk bezig met opruimen. Wel tref ik nog een vrouwtje die kikkers levend zit te villen, ze kan het overigens niet echt waarderen dat ik toch een paar foto's maak. Het is de hoogste tijd om weer naar het hotel te gaan, het duurt even voordat ik een lege taxi heb gevonden, maar met een ware kamikazepiloot achter het stuur ben ik ondanks de verkeersdrukte binnen een paar minuten alweer bij het hotel.



's Avonds gaan we voor 'het laatste avondmaal' naar het hotelrestaurant. Het blijkt erg druk te zijn, maar er is nog net een tafel beschikbaar. Die blijkt wel wat te klein te zijn voor alle gerechten, er komen ook zoveel heerlijke gerechten op tafel, onder andere garnalen (uiteraard ongepeld, je moet wel werken voor je eten) en een grote, echt heerlijke vis van een onbekende soort. Na het eten duiken we nog een bar in, waar we Helen nog wat Nederlandse woorden leren om de volgende groep te verwelkomen: “Goedemorgen! Biertje?”. En bier komt uiteraard ook op tafel. En tequila. En whiskey. En in behoorlijke hoeveelheden. En of dat nu zo verstandig was, de avond voor de lange vlucht terug naar huis?

China, dag 12, Yangshuo (Donderdag 18-10-07)

 Om half zeven gaat vandaag de wekker, ik voel me alles behalve geweldig. Maar deze ochtend hebben we het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van de reis: een ballonvaart! Vooraf had ik al iets gehoord over een ballon die aan een kabel een stuk de lucht in gaat, maar dus min of meer op dezelfde plek blijft, maar het blijkt zelfs het echter werk te zijn, dus gewoon met een ballonvaarder mee daarheen waar de wind ons brengt. Wel eerst nog even een groepsfoto, voor het geval het verkeerd af mocht lopen...

We gaan met twee ballonnen de lucht in, 4 man per ballon. De eerste paar meters voelen nog wat raar, maar wanneer je eenmaal zover bent gestegen dat het besef van hoogte verdwenen is valt het toch heel erg mee. Nu weet ik niet of de ballonnen in China wat lager zijn uitgevoerd dan bij ons, feit is wel dat ik wanneer ik rechtop sta ik met m'n hoofd vrij dicht bij de brander zit. Flink over de rand leunen dus maar, met een cap achterstevoren op m'n hoofd om m'n nek te beschermen is het wel uit te houden.



Hoewel het zo vroeg in de ochtend nog wat heiig is is het uitzicht toch overweldigend. De talloze vreemd gevormde bergen, de lappendeken van akkers onder ons, en zowaar kunnen we af en toe zelfs een boer zien lopen. Foto's doen helaas geen recht aan deze pracht, maar laat ik toch maar een poging wagen.



De landing is in dit landschap wel een lastige klus, in eerste instantie dreigen we dan ook middenin een akker terecht te komen, de boer staat al zorgelijk toe te kijken. Maar met een beetje handigheid en uiteindelijk hulp vanaf de grond weet onze ballonvaarder de mand precies op een smal weggetje aan de grond te zetten. Het is nu ook meteen duidelijk waarom we met een stel kamikazebusjes naar de ballon waren gebracht, die smalle wagentjes zijn tussen de weilanden toch een heel stuk handiger dan een grote bus. Weer terug in het hotel stond er eigenlijk een fietstocht door de omgeving op het programma, maar aangezien ik me nog steeds niet erg best voel haak ik hiervoor af.



Na een paar uurtjes slaap voel ik me gelukkig alweer een stuk beter, ik begin in ieder geval alweer echt honger te krijgen. Ik had een dag eerder ergens een Koreaans restaurantje gezien, dat leek me wel een goede optie voor een stevige brunch. Maar helaas, er hangen nog wel borden aan de gevel, maar het restaurant zelf staat leeg. Ik loop nog wat rond in de hoop een ander Koreaans restaurant te vinden, tevergeefs. De westerse keuken is in talloze varianten vertegenwoordigt, maar de gehele Aziatische keuken schittert door afwezigheid, afgezien van de Chinese keuken uiteraard. Dan maar een lokale specialiteit uitproberen, Beer Fish. Een nogal forse (750 gram!), in bier gekookte vis die je met kop en al in stukken gehakt voor je neus krijgt, met als bijgerechten spinazie met schandalig veel knoflook en “Yangshuo-style rice”, rijst met blokjes ham en pinda's. De vis eet wat lastig met chopsticks, maar zoals eigenlijk altijd smaakt alles weer fantastisch. Voor zo'n € 8,- is het niet bepaald goedkoop, maar het blijft natuurlijk een echt toeristenstadje.



Hierna is het weer tijd om souvenirs te shoppen. Een T-shirt voor RMB 10, een set van 6 'zijden' placemats en chopsticks van RMB 200 voor RMB 40. En een enorme waaier met een draak erop, wat een iets lastiger verhaal was. Ik had namelijk toch wat weinig gepind, en was dus weer vrijwel door m'n geld heen. Ik vraag dus ook niet om de prijs, ik kijk alleen maar. Dus noemt het vrouwtje bij die stand een prijs van RMB 250, veel meer dan ik nog op zak heb. Ik zeg nee en loop door, ze blijft me echter achtervolgen, steeds lagere prijzen roepend. En als ze dan uiteindelijk RMB 25 noemt hap ik toe, dat was precies wat ik nog op zak had. Even verderop overkomt me hetzelfde bij een kleinere waaier, zelfs als ik m'n helemaal lege portemonnee laat zien blijft de verkoopster me volgen. Ik loop gewoon stug door, en als ze dan uiteindelijk afhaakt roept ze me nog het nodige na. Ik versta nog altijd geen Chinees, maar vriendelijk zal het zeker niet bedoeld zijn...

Na gepind te hebben zie ik op het enige echt drukke kruispunt van het stadje de groep langsfietsen. Ze zien mij echter niet, en gezien de chaotische verkeerssituatie lijkt het me ook niet echt verantwoord iets te roepen. Ik loop door naar een park dat duidelijk flink aangepakt wordt, ik weet nu meteen waarheen al die te kleine autootjes met te grote bomen reden. En er wordt zelfs enigszins aan het milieu gedacht hier, maar ook het communistische gedachtegoed is nog altijd aanwezig. Veel toeristen zie je er niet, de meeste bezoekers zijn locals die hier lekker een spelletje komen spelen, fotograferen wordt niet op prijs gesteld.



Na een uurtje rust op m'n hotelkamer is het alweer etenstijd, ik beland vlakbij het hotel in Lulu's Café. Ik probeer hier de Gong Bao kip, met wederom Yangshuo-style rijst erbij. In plaats van kip krijg ik varkensvlees, maar lekker is het toch wel. Maar eigenlijk was dat gewoon een overbodige schotel, de rijst is namelijk echt goddelijk lekker en meer dan ik op kan.



's Avonds gaan we met een klein groepje naar de “Impressions: Sanjie Liu”-show. Dit is een enorme show met vele honderden figuranten, een hoop licht- en geluidseffecten en het prachtige karstlandschap als decor. Dit alles geregisseerd door Zhang Yimou, vooral bekend van films als Hero en House of Flying Daggers, maar met name door diverse kleinschaliger films uitgegroeid tot een van m'n favoriete regisseurs. Helen moet in de chaos voor de kassa haar leven wagen voor de toegangskaartjes, en helaas krijgen we ook niet direct de beste plaatsen. Geen geheel vrij uitzicht, en vervelender, achter ons een grote groep zeer luidruchtige Chinese jongeren, die gedurende de hele show onafgebroken zitten te ouwehoeren en eentje die non-stop zit te rochelen. Gelukkig weet dat de show niet te verpesten, die is zeer indrukwekkend. Een voor nog geen 6 euro gaat er dan uiteraard achteraf ook een box met 2 cd's en een dvd mee.



Terug in Yangshuo ga ik nog even op zoek naar de rest van de groep, die ik al snel op het terras van M.C. Blues aantref. We besluiten de avond met een aantal porties kipsaté. Die smaakt prima, alleen heb ik met geen mogelijkheid iets kunnen ontdekken wat ooit aan een kip heeft gezeten...

China, dag 11, Yangshuo (Woensdag 17-10-07)

 De avond hiervoor hadden we met de groep al afgesproken lekker uit te slapen en dan gezamenlijk te gaan ontbijten, zo gezegd, zo gedaan. Na een flinke speurtocht naar een mij nog altijd niet bekend doel belanden we bij een bakkertje, volgens goed Aziatisch gebruik eentje met een aanbod bestaand uit zoete broodjes en mierzoete broodjes. Niet echt mijn ding, maar voor een keer smaakt het best.

We maken hierna een rondje door het stadje, waarbij we onder meer langs een markt komen. Naast het gebruikelijke spul zien we hier echter ook een specialiteit van deze hoek van China: hond. De meesten hangen aan een haak, een stel ook achteloos opgestapeld. Als ik hier een foto van maak wordt er voor het mooie plaatje nog eentje pontificaal bovenop gelegd, helaas is die foto toch mislukt.



Weer buiten doe ik een uiteindelijk geslaagde poging om te pinnen, ondanks dat ik voor de Engelse taal kies krijg ik toch steeds uitsluitend Chinese tekens te zien, terwijl het bij een reisgenoot met eveneens een Postbank-pas gewoon goed ging. Maar het maakt niks uit, ook zonder leesbare teksten lukt het me geld uit het apparaat te krijgen, en zelfs nog de bon.


Nu we allemaal weer geld op zak hebben kunnen we weer uitgebreid souvenirs gaan shoppen. Yangshuo is hiervoor een ideale plaats, het voornaamste bestaansrecht van yangshuo is namelijk toerisme, het heeft ook wel de bijnaam “Mini-Bangkok”. In tegenstelling tot mijn bezoek vorig jaar is het nu vrij rustig, de luidruchtige groepen Engelse toeristen zijn nu gelukkig ver te zoeken. Wat ook opvalt is dat van de talloze cd/dvd-winkeltjes er nog slechts twee over lijken te zijn. Wel zie ik in één van die winkeltjes Chinese Democracy van Guns N' Roses liggen, ik heb er nog steeds spijt van dat ik die niet direct gekocht heb. Wel koop ik een stel ansichtkaarten, al is het onwaarschijnlijk dat die per post eerder in Nederland zullen zijn dan ikzelf. Na een kopje koffie en nog talloze souvenirwinkels zoeken we weer het hotel op.



Na een uurtje rust brengt een bus ons naar het nabij gelegen dorpje Xingping. Hier stappen we op een boot voor een rondvaart langs de belangrijkste bezienswaardigheid van dit gebied: de typische karstbergen. Op het water is het een drukte van jewelste, na een tocht naar het beeld op het RMB 20-biljet keren we om, en belanden we in de file voor een krappe bocht. Ondertussen zien we nog wel diverse waterbuffels langszwemmen. En ook aan de inwendige merns wordt gedacht, in de vorm van bijna schandalig lekkere geroosterde kleine visjes.



Uiteraard is dit tochtje weer goed voor talloze foto's en diverse filmpjes. Wel vervelend dat die filmpjes slechts op een resolutie van 320x240 zijn, maar met behulp van de F-knop zou ik dat moeten kunnen verhogen. Maar waar die ellendige knop dan zou moeten zitten? 's Avonds toch maar even op internet gaan speuren naar de handleiding...



Weer terug in Xingping krijgen we een heerlijke maaltijd voorgeschoteld. Van vorig jaar kende ik al de gefituurde gevulde aubergines, maar een nieuwe ontdekking is de friet van een lokale witte aardappelsoort. En voor het eerst tijdens deze reis eet onze reisleidster Helen nu ook met de groep mee.



Na het eten gaan we weer het water op, voor het aanschouwen van een aalscholvervisser. Deze gebruikt afgerichte aalscholvers om vissen te vangen, de vogels hebben een touwtje om hun nek om te voorkomen dat ze de vangst door kunnen slikken. In tegenstelling tot vorig jaar is het blijbaar slecht visweer, de vangst is vrij mager. Weer op de kant kan je nog even zo'n vogel op je arm krijgen voor een leuk fotootje, uiteraard wel tegen betaling. En als de eerste foto's door verkeerde instellingen van m'n camera totaal mislukken mag je rustig nog een keer op de foto. Maar dan wel weer opnieuw betalen uiteraard...



Weer terug in Yangshuo duiken we nog even het uitgaansleven in, we belanden in een erg lawaaierige tent, niks voor mij. Na een uurtje gedreun zoek ik dan ook weer het hotel op om op internet toch nog even op zoek te gaan naar de handleiding van m'n camera. Al snel gevonden, in pdf-formaat. Blijkt er op die pc geen Acrobat te staan, geen probleem, dan installeer je dat toch gewoon even? Niet dus, ook voor de Nederlandse versie daarvan moet je toch echt eerst een aantal vragen in het Chinees beantwoorden. Achteraf blijkt het overigens gewoon een foutje in het menu te zijn, m'n camera kan acht alleen op 320x240 filmen. Verwarring om niks dus...


China, dag 10, trein naar Yangshuo (Dinsdag 16-10-07)

Dag 10: Dinsdag 16-10-07 – trein, aankomst Yangshuo

Ondanks dat het een avond eerder behoorlijk laat is geworden en er de nodige alcohol doorheen is gegaan ben ik toch om half zeven alweer uitgeslapen. En als je dan toch nog niet helemaal wakker zou zijn, na een bezoek aan het toilet in de trein ben je het zeker, wat een onvoorstelbaar ranzige zooi...

Hoe vul je dan verder een hele dag in een trein? Simpel, met veel sudoku's, wat muziek erbij, af en toe een beetje uit het raam kijken, op z'n tijd een bak instant-noodles en verder veel ouwehoeren. Op zich valt het dan best mee, de dag uur is zo voorbij. Pas wanneer je het gevoel begint te krijgen dat je er bijna bent begint de tijd te kruipen, de laatste paar uur duren dan ook heel erg lang.

Ondertussen helaas wel slecht nieuws, via de mobiele telefoon had één van de groepsleden te horen gekregen dat zijn moeder ernstig ziek was. In eerste instantie lijkt het erop dat ze op z'n vroegst vrijdag weer in Nederland zouden kunnen zijn, maar vele telefoontjes later blijkt dat ze toch al de volgende dag een vlucht naar huis kunnen nemen, en dat we dezelfde avond op het station al afscheid zullen nemen. Dit alles drukt de stemming de rest van de dag uiteraard behoorlijk, maar het is nu eenmaal niet anders.

Na in totaal 27 uur in de trein te hebben doorgebracht komen we dan uiteindelijk aan in Guilin. Daar staat de bus alweer klaar om verder naar Yangshuo te brengen. Ik maak nog tegen iemand de grap dat we hem niet wakker zullen maken als hij in slaap valt, maar uiteindelijk ben ik het zelf die wakker gemaakt moet worden. Het loopt inmiddels tegen middernacht, dus eenmaal op de hotelkamer ga ik maar meteen door met waar ik in de bus al aan begonnen was: slapen...

China, dag 9, Xi'an (Maandag 15-10-07)

 Eigenlijk had ik vandaag met de rest van de groep mee willen gaan, maar helaas, ik had me verslapen. Ik had m'n kamer alweer verlengd tot de avond, toch probeer ik alvast zoveel mogelijk m'n tas in te pakken. Mocht ik eventueel ruimte tekort komen, nu is er nog alle gelegenheid een extra tas te kopen. Dat is echter niet nodig, ondanks de nieuwe souvenirs past m'n tas nog steeds dicht.

Eerst maar eens op zoek naar een ontbijt, ik kan me van vorig jaar nog herinneren dat er langs Dong Dajie, de belangrijkste winkelstraat, overal eetstalletjes zaten. En inderdaad, al snel loop ik m'n net gewassen kleren vol te kliederen met de saus van heerlijk gegrilde inktvistentakels. Verderop neem ik ook nog een paar spiesjes met surimi en grote garnalen. Ook hier weer diverse bedelaars, ik geef een oude man mijn wisselgeld. Direct komt er ook een jochie bij staan bedelen, hij zou zo'n ontzettende honger hebben. Geld kan hij vergeten, maar ik probeer hem duidelijk te maken dat hij ook een spiesje mag uitzoeken. Dat was blijkbaar niet de bedoeling, en hij verdwijnt weer snel.



Midden op het centrale verkeersplein van de stad staat de klokkentoren, via een ondergrondse tunnel bereikbaar. Maar uiteraard niet voordat je een stel souvenirverkopers van je afgeslagen hebt. Vanaf de prachtige toren (ik ben helemaal vergeten foto's van de buitenkant te maken, maar op de nog volgende foto's vanaf de stadsmuur staat ie wel) heb je een mooi uitzicht over de drukte op de vier hoofdstraten van de stad, de verderop gelegen trommeltoren, twee(!) vestigingen van Starbucks en een McDonalds en uiteraard de enorme en wanstaltige mall.



In de toren is een expositie van silhouetkunst, tevens is er een reconstructie van het oorspronkelijke klokkenspel. Ik blijk precies op tijd te zijn voor een concertje, deels traditionele Chinese muziek, deels Europees klassiek werk. En in beide gevallen is het eigenlijk niet om aan te horen...

 

Een taxi is hier snel gevonden, ondanks het drukke verkeer sta ik een kwartiertje later bij m'n volgende stop: het Bei Lin museum, ook wel bekend als het stèle-woud. Kort samengevat een verzameling van ruim 3.000 stenen met daarin voornamelijk Boeddhistische teksten of allerlei afbeeldingen uitgehouwen. De eerste hal is een tegenvaller, met eindeloze muren met panelen vol voor mij nietszeggende teksten, en dat ook nog achter glas. Maar in de hallen erachter staan ook veel vrijstaande stenen, vaak met als voet een schildpad, het symbool voor een lang leven. Er worden ook afdrukken van de stenen gemaakt, voor zo'n $35 heb je een hele aardige afbeelding. Even doorvragen maakt al snel duidelijk dat het om een kopie van de originele afdruk gaat, en nog een tamelijk slechte kopie ook nog. Toch maar niet dus.



Tussen de verschillende gebouwen staan naast nog veel meer stenen, en ook een aardige collectie van palen waar vroeger paarden aan vastgezet konden worden, vaak met tamelijk bizarre creaturen er bovenop. Ook ontbreken hier de obligate souvenirverkopers uiteraard niet, opdringeriger dan waar ook. Aan mij hebben ze dan toch geen goede klant...



Bei Lin wordt met de zuidelijke stadspoort Nan Men verbonden door Ancient Street. En ja, de gebouwen zullen allemaal best oud zijn, dat geloof ik graag. Maar in de eerste plaatst is het gewoon weer een gelegenheid voor een eindeloze rij souvenirstandjes. Overigens verkopen ze hier ook de kopieën van de afdrukken van de stenen, in een mooiere kwaliteit en uiteraard vele malen goedkoper. Ik kan helaas niet de gewenste afbeeldingen vinden, en kom ook hier met lege handen weg. Tussen al deze troep blijken eetstandjes zeldzaam, uiteindelijk vind ik in een parkje direct buiten de stadsmuur een stalletje waar ze een soort kipcorn in XXL-formaat op een stokje verkopen. Smaakt prima, en gezien het enorme tempo dat ze verkocht worden denken de locals daar net zo over.



Tijd voor de stadsmuur, eerst beklim ik de toren van de ophaalbrug, bovenin zou je het ophaalmechanisme moeten kunnen zien. Dat kan inderdaad ook, maar dan moet je wel tussen een lading souvenirs door kijken. Buiten heb je overigens wel een mooi uitzicht, er staan alleen wel enkele tientallen kleine airco-units te brommen...



Daarna ga ik de muur zelf op, te beginnen bij Nan Men, de zuidelijke stadspoort. Ook deze toren is te beklimmen, voor een nog verder verheven uitzicht op de muur. En ook hier ontkom je uiteraard niet aan souvenirsstands. Nu echter wel van de exclusievere soort: exact hetzelfde mahjong-spel dat ik een dag eerder voor € 16 had gekocht wordt hier voor $130, en dit zouden vaste prijzen zijn, onderhandelen is er niet bij. Ook worden er prachtige stukken snijwerk uit mammoetslagtand aangeboden, uiteraard tegen forse prijzen. Het zou echter wel legaal zijn, er zijn geen dieren voor gedood, het materiaal is gewoon opgegraven. Zal best, ik vermoed dat de Nederlandse douane er toch echt anders over zal denken...



De muur van Xi'an is een stuk hoger en breder dan die in Pingyao, er rijden electrocars rond, en je kan zelfs een fiets huren om een rondje te maken. Ik ga echter gewoon lopen, met als doel de oostpoort. Ook op deze muur staan talloze kanonnen, die overigens opvallend vaak recht op de vele lelijke moderne torenflats gericht staan. Vanaf de muur zijn in de verte ook andere bezienswaardigheden te zien, zoals de eerder op de dag bezochte klokkentoren en ook de Grote Wilde Gans Pagode. Aan de buitenkant van de muur is een park aangelegd waar opvallend veel mensen aan het vliegeren zijn. Nu is ook Xi'an nog niet overal even fraai opgeknapt (al wordt daar op veel plaatsen wel hard aan gewerkt), het geheel oogt toch vele malen beter dan het hiermee vergeleken wel erg armoedige en vervallen Pingyao.



Ik eindig m'n wandeling bij Dong Men, de oostelijke stadspoort. Ook hier is de toren weer te beklimmen, veel te zien is er echter niet, slechts op een enkele plaats kan je door een open luik naar buiten kijken. Weer terug op de begane grond neem ik een taxi terug naar het hotel. Ik haal nog wat spul voor tijdens de komende treinreis, inclusief een flesje van een of andere drank, afgezien van '56%' kan ik niks van het etiket lezen, maar het smaakt als wodka.



Na nog een uurtje lummelen, m'n tas inpakken en een bak instant noodles is het tijd om uit te checken. De bus brengt ons naar het station, het verkeer zit voor de verandering eens mee waardoor we heel ruim op tijd zijn. Maar uiteindelijk zitten we dan toch in de trein voor de langste treinreis van de trip, maar liefst 27 uur, dwars door China naar het hemelsbreed ruim 1.000 km zuidelijker gelegen Guilin. Da's nog eens wat anders dan de stoptrein van Oss naar Ravenstein...

China, dag 8, Xi'an (Zondag 14-10-07)

Rond kwart voor acht 's ochtends rijden we Xi'an binnen, ooit de hoofdstad van China en wellicht de grootste stad op aarde, tegenwoordig nog altijd goed voor zo'n 4 miljoen inwoners. De drukte op het station valt mee, maar net als vorig jaar is het wel weer een flinke wandeling naar de bus. Net als in Beijing is het verkeer ook hier duidelijk veel drukker geworden, de korte rit naar het hotel duurt daardoor toch vrij lang. Bij het hotel aangekomen blijken onze kamers nog niet beschikbaar te zijn, eerst dan maar even aan de inwendige mens denken, in de vorm van een niet al te best (en uiteraard Chinees) ontbijtbuffet. Hierna zijn onze kamers wel klaar, en hebben we een kwartiertje om onze tassen weg te brengen en om ons even op te frissen van de treinreis.

M'n eigen planning had ik inmiddels ook omgegooid, volgens het reisschema zouden we slechts één dag hier hebben, en de volgende ochtends alweer op de trein stappen. Zonde om dan weer op herhaling naar het Terracotta Leger te gaan, er is nog zoveel meer te zien. Maar een enorme meevaller: we vertrekken de volgende dag pas 's avonds! Ja, dan wil ik toch nog wel een keer terug naar die breekbare soldaatjes...

Het zou een rit van anderhalf uur moeten worden, en gezien de verkeersdrukte leek dat nog niet zo'n verkeerde inschatting. Niet met onze chauffeur echter, die behendig overal tussendoor weet te slingeren, en het daarmee in de helft van de tijd weet te redden. Na een flinke wandeling en diverse kaartcontroles lopen we het complex binnen, waar we eerst het museum opzoeken. Dit was ook net het deel waar we vorig jaar tijd voor tekort kwamen, achteraf gezien erg jammer. Er zijn talloze kleinere opgegraven voorwerpen te zien, de pronkstukken zijn echter toch de twee grote bronzen paardenkarren. Helaas is het in die ruimte wel aardedonker en staan ze uiteraard achter glas vol met vingerafdrukken, waardoor het niet meevalt er fatsoenlijke foto's te maken.



Inmiddels ben ik de rest van de groep al een tijdje kwijtgeraakt, en vervolg m'n weg op eigen houtje. Eerst maar naar hal 1, waar de meeste beelden staan. Dit blijft toch het meest indrukwekkende gezicht, met eindeloze rijen soldaten in overwegend vrij goede staat. Dit in tegenstelling tot de nauwelijks kleinere hal 2, waar nog nauwelijks iets te zien is. In hal 3, vermoedelijk een oude commandopost, kom ik nog een groep Nederlanders tegen die door hun reisleidster duidelijk op tempo overal doorheen geloodst worden, als ik en kort praatje maak met een paar groepsleden staat zij al snel ongeduldig te wachten. Ik ben toch blij dat onze reis wat relaxter verloopt...



Inmiddels ben ik toch ook wel wat aan de late kant voor de bus, dus ik probeer me langs alle souvenirverkopers een weg richting de uitgang te banen. Al snel kom ik echter de rest van de groep tegen, die nog druk aan het onderhandelen zijn. Terug bij de bus rijden we naar een groot restaurant waar we een lokale specialiteit kunnen proberen: handgemaakte brede noedels. De glibberige slierten zijn weliswaar wat lastig eten met chopsticks, maar smaken heerlijk. De rest van de gerechten zijn niet echt bijzonder, maar wel prima te eten.

Op de terugweg naar de stad weet onze chauffeur nog een methode om een stuk af te snijden: gewoon op de snelweg even een stukje spookrijden. Mede daardoor zijn we wel al snel bij onze volgende bestemming: een traditionele medicijnmarkt. Denk hierbij aan zakken vol allerlei kruiden, maar ook zaken als slangenhuiden en schildpadschildjes. En speciaal voor de toeristen: tijgerbalsem en keelpastilles!



De bus brengt ons hierna weer terug naar het stadscentrum, waar we bij de moslimwijk worden afgezet. Direct komen er een stel zwervers op ons af, iets wat je in de andere steden nauwelijks zal zien. Helen wijst ons nog de weg naar de Grote Moskee, waarna ze terug gaat naar het hotel. De ruim 1200 jaar oude moskee blijkt een combinatie van de typische Chinese bouwstijl en Arabische invloeden te zijn. Geen minaretten dus, maar wel overal aparte patronen en Arabische geschriften. Maar net als in iedere andere moskee is ook hier de gebedszaal verboden terrein. Die scooter vind ik dan toch wel een verdacht kenteken hebben...



Hierna is het weer hoog tijd om souvenirs te gaan shoppen, in de smalle straatjes rond de moskee is hiervoor alle gelegenheid. De opbrengst: een typisch Chinese, zeer luide fietsbel (vraagprijs RMB 50, akkoord op RMB 12) en een mahjong-spel in een mooie kist, die ik van RMB 600 (€ 60) na stevig onderhandelen voor RMB 160 meekrijg. De steentjes zijn overigens niet van plastic, maar van echt 'synthetic bone'. Plastic dus. Aangezien ik hier ooit al eerder was geweest mag ik de rest de weg terug naar het hotel wijzen. Toch altijd spannend, met mijn totale gebrek aan richtinggevoel. Maar gelukkig helpt het rechtlijnige stratenpatroon van Xi'an hier een handje mee, en lopen we in een keer goed. Voor de duidelijkheid, we zaten deze keer in een heel ander hotel dan vorig jaar, voor mij was dit stuk van het stadscentrum ook compleet
nieuw...



Na
een uurtje rust nemen we twee taxi's naar Dayan Ta, de Grote Wilde Gans-pagode. Eén probleempje bij aankomst: waar is die andere taxi gebleven? Die blijkt dus compleet aan de andere kant van de pagode te zijn gereden, gelukkig bestaat er tegenwoordig zoiets als een mobiele telefoon. Voor het eten zondigen we voor het eerst echt, we gaan namelijk naar de KFC. Ik kan overigens nog steeds beweren dat dat nog enigszins exotisch is, buiten China en Zuid-Korea ben ik nog nooit bij zo'n tent binnen geweest. Voor wat het waard is...



Na het eten volgt hetgeen we hiervoor gekomen zijn: een grote licht- en fonteinshow, ondersteund met klassieke muziek en met de prachtig verlichte pagode op de achtergrond. In al z'n kitscherigheid toch wel mooi om te zien. Ondanks aanhoudende batterijproblemen met m'n kleine cameraatje weet ik toch een paar filmpjes te maken, helaas wel zonder geluid. Na afloop van de show lopen we nog een stuk door richting de pagode, die prachtig weerspiegeld in het natte plein.



We nemen de taxi weer terug naar het hotel, maar terwijl we er al niet zeker van zijn dat de chauffeur weet waar hij heen moet komen we ook nog muurvast te zitten in het verkeer. Maar geen zorgen, na een paar gewaagde rijbaanwisselingen en sluiproutes door duistere steegjes komen we toch op onze bestemming. We besluiten de dag met een lekkere kop thee bij de King Coffee om de hoek.

China, dag 7, Pingyao (Zaterdag 13-10-07)

Als ik 's ochtends wakker word voel ik me verre van geweldig. Er stond een excursie naar o.a. een tempel buiten de stad gepland, die laat ik toch maar aan me voorbij gaan. Na m'n kamer verlengd te hebben duik ik dan ook nog maar even m'n bed in. Tegen een uur of elf besluit ik toch maar eens actief te worden. Maar eerst een onbijtje in het hotel en een praatje met een stel andere Nederlanders. De smog lijkt overigens geheel verdwenen en er schijnt een heerlijk zonnetje.



M'n eerste bestemming is een oud overheidsgebouw. Een enorm complex van waaruit het stadsbestuur werkte, compleet met gevangenis, een kleine tempel en diverse tuinen. En talloze groepen Chinese toeristen, allemaal met een gids met naar goed Aziatisch gebruik een luidspreker op maximaal volume. En uiteraard gaan die gidsen het liefst vlak naast elkaar staan, kijken of hun luidspreker nog net iets harder kan dan die andere...



Vervolgens ga ik naar de zuidtoren. Waar de overige delen van de stadsmuur kaarsrecht zijn zit de zuidzijde vol met kronkels. Met de zon er vol op zou dat toch wat mooie plaatjes moeten kunnen opleveren. Helaas, de buitenkant is compleet ingebouwd met moderne troep, van de muur is maar weinig te zien. Dan maar de muur op, ik maak een wandeling naar de toren op de zuidoosthoek, Kui Xing genaamd. Dit is duidelijk een beter stuk van de stad dan aan de noordzijde, in de verte is ook duidelijk de Confusiustempel te zien. Bij Kui Xing aangekomen blijkt er een jochie de toren opgeklauterd te zijn, terwijl ik alleen een afgesloten hek zie. Hoe hij dan daar gekomen is? Het hek kan net een stukje open, daar past zo'n ukkie net doorheen. En ik dus niet, nog niet bijna...



Terug op de begane grond ga ik op zoek naar de Confuciustempel. Volgens de kaart zouden er twee ingangen moeten zijn, aan zowel de zuid- als de noordzijde. Niet dus, aan de noordzijde is geen ingang te vinden. Wel zit aan de overkant van de straat de Town God Tempel, die moet dan maar als alternatief dienen. Qua bouwstijl is het een vrij standaard tempel, mooi maar niet erg bijzonder. De beelden binnenin geven echter een heel ander beeld: aan de ene kant van het complex wordt het kwaad uitgebeeld met diverse gruwelijke taferelen, en aan de andere kant staan het goede met wat vreedzamer uitziende beelden.



Tijd voor iets aardsere zaken, namelijk de eerste bank van China, Ri Sheng Chang. Dit was tevens de eerste bank ter wereld die op reguliere basis cheques gebruikte. En aangezien een bankbezoekje destijds niet een kwestie van een paar minuten was zijn er ook diverse gastenverblijven.



Tot slot bezoek ik nog het Tianjixiang museum, van oorsprong een oud handelshuis. Onderweg doe ik nog wat inkopen voor de komende treinreis, de winkelier blijkt niet genoeg wisselgeld te hebben, in plaats daarvan stopt hij een extra zak chips in m'n tasje. Ik kan de opschriften weliswaar niet lezen, maar gezien de afbeeldingen op de verpakking lijkt het om slakkensmaak te gaan. Tot op heden heb ik ze nog niet durven te proeven...



Hierna is het tijd om het hotel weer op te zoeken. Ik moet m'n tas nog inpakken, daarna is het tijd om uit te checken. Na nog een flinke kom rijst in het restaurant worden we met de electrokarretjes weer naar het station gereden. We moeten een half uurtje wachten, ondertussen kan Helen ons mooi de dienstregeling proberen uit te leggen.



 

Eenmaal onderweg klets ik nog een tijdje met een Oostenrijkse, die eerder ook in Datong is geweest. Als ik haar moet geloven was Pingyao hiermee vergeleken nog een prachtig schoon stadje, zogauw je in Datong ook maar een stap buiten de bezienswaardigheden zette was het een enorme zwarte smeerboel van alle kolenmijnen. Ook doe ik nog een poging een Chinees meisje sudoku uit te leggen, aangezien zij ongeveer even beroerd Engels spreekt als ik Chinees was dat toch wel een uitdaging. Desondanks lijkt ze het uiteindelijk toch te begrijpen, ze durft het echter niet aan om zelf een puzzel in te vullen...

China, dag 6, Pingyao (Vrijdag 12-10-07)

Om half zeven 's ochtends is het alweer gedaan met de slaap. Gelukkig is het nog maar een uurtje tot onze bestemming, het stadje Pingyao, voor mij de enige echt nieuwe bestemming van de reis. Eenmaal buiten staan er twee elektrocars klaar om ons naar het hotel te brengen. Het eerste deel van de rit mag dan door een typisch plattelands-Chinees (dus vooral erg modderig) stuk stad gaan, na de stadspoort komen we in een vrijwel geheel autovrije historische stad terecht.

Eerst maar even een inleidend stukje over Pingyao, het zal voor de meesten niet direct een bekende plaats zijn. Het is een klein stadje met zo'n 40.000 inwoners, gelegen op 715 kilometer ten zuidwesten van Beijing. De oorspronkelijke stad was gelegen binnen een ruim 6 kilometer lange en 12 meter hoge stadsmuur, gebouwd rond 1370, deze is vrijwel geheel bewaard gebleven. Tijdens de Qing-dynastie (1644-1911) was de stad het financiële hart van het Chinese rijk, met 20 verschillende banken. En voor de filmliefhebbers: hier heeft Zhang Yimou zijn Raise the Red Lantern opgenomen. Sinds 1997 werd de stad overigens door UNESCO tot werelderfgoed verklaard.

Na een korte rit komen we bij het Yide Guesthouse aan, een op het eerste gezicht erg leuk hotel gelegen in een traditioneel gebouw rond verschillende binnenplaatsen. Onze kamers zijn nog niet beschikbaar, maar wel kunnen we eerst een ontbijt nuttigen. Het is direct duidelijk dat het hier toch wel behoorlijk toeristisch is, met een westerse ontbijtkaart en bijbehorende prijzen. Mijn ontbijt bestaat uit een (kleine) appelpannenkoek, en kopje redelijke espresso en twee heerlijke glazen versgeperste jus d'orange, bij elkaar goed voor zo'n 10 euro.



Inmiddels blijken onze kamers beschikbaar. Een medewerkster van het hotel begeleid me naar m'n kamer, en dat is maar goed ook, zelf had ik hem nooit gevonden. Ergens in een hoek van de binnenplaats zit een smalle trap naar een eenzaam gebouwtje op het dak, dat blijkt mijn kamer te zijn. Een hokje van zo'n 2,5 meter in het vierkant, split-level, met beneden een badkamertje en daarboven het bed. Met overigens een stel heerlijke hoofdkussens, die moet ik hier in Nederland toch ook eens ergens zien te vinden. De gammele buitendeur is alleen met enig geweld open of dicht te krijgen, en een los hangslot is ook niet iets wat je dagelijks bij een hoteldeur tegenkomt. Hoewel ik in de trein heel redelijk had geslapen voelde ik me toch nog dood moe, eerst nog maar even een paar uurtjes bijslapen dus.

Rond het middaguur ga ik dan toch maar op stap. Eerst naar een loket midden in de stad om een ticket te kopen waar je ineens bijna alle bezienswaardigheden binnen mag. Bijna alle inderdaad, vlakbij het loket staat de City Tower, en dat is net één van de weinige uitzonderingen. Maar na betaling van de extra entreeprijs mag ik me dan toch over de wel erg smalle trap naar boven wurmen. Het uitzicht over de stad is op zich weg mooi, ware het niet dat de smog zo wel erg opvalt.



Bij de oostpoort zou het mogelijk zijn de stadsmuur op te gaan, ik loop dus die kant op. Helaas blijkt dat niet het geval te zijn, uitgerekend die poort is de enige waar je juist niet de muur op kan. Vlakbij de poort ligt wel een Qing Xu Guan Taoistische tempel, deze blijkt ondanks de hoeveelheid restauratiewerk erg de mooi. In de tempel zelf word ik aangesproken door een van de monniken, in het Chinees uiteraard. Ik krijg een lapje stof met wat tekens erop in m'n handen gedrukt en word vervolgens meegesleept naar een tafeltje. Na een hele hoop geprevel wordt er een gastenboek tevoorschijn gehaald, waar ook de giften bij vermeld staan. Er staan bedragen bij van honderden euro's, ik als gierige Nederlander volg maar de meute, RMB 100 is mooi genoeg. Het lapje moet ik in m'n portemonnee stoppen, zal ik nu wellicht een rijk man worden?



De volgende stop is het Tong Xing Gong 'First Armed Escort Agency' museum, oftewel de eerste gewapende waardetransportdienst in China. Een schitterend complex met alles wat met waardetransport en -opslag in de 18e en 19e eeuw te maken had. Inclusief een trainingsplaats met gewichten, waar enkele Chinezen niet te beroerd zijn om even een demonstratie te geven.



Aan de overkant van de straat ligt het Chinese Chamber of Commerce museum, van oorsprong een van de eerste kamers van koophandel ter wereld. Best interessant om te zien hoe het er destijds aan toe ging, en vooral ook weer een prachtig gebouw. En sommige kasten zouden ook nu nog bij Ikea niet misstaan...



Na een korte rustpauze in het hotel loop ik naar de westpoort, waar ik gelukkig wel de muur op kan. Vanaf de muur heb je een prima uitzicht over de stad, al is dat niet iets om echt vrolijk van te worden. Buiten de stadsmuur staan alleen lelijke moderne gebouwen en vooral veel fabrieken, en binnen de muur is het een grote bouwval. De muur zelf ziet er nog wel prima uit, met talloze kleine wachttorens. In de meeste torens zit geen deur, maar als ik een stap binnen wil zetten begint er direct een alarm te loeien, dat zal dus wel niet de bedoeling zijn. Ik loop zo door naar de noordpoort, waarbij het uitzicht nauwelijks beter wordt, toch wel een tegenvaller. Ook weer beneden is het al snel duidelijk dat buiten de toeristische hoofdstraten de staat van onderhoud ernstig te wensen overlaat.



Terug bij het hotel zit ik op m'n gemak wat te internetten in het restaurant, wanneer de andere groepsleden binnenkomen. Wat eten is al snel besteld, en het duurt niet lang voor de tafel vol heerlijke gerechten staat. Na nog wat geklets zoeken we rond een uur of negen onze kamers weer op, ik doe nog een poging m'n verslag bij te werken, maar de slaap weet het al snel te winnen...

China, dag 5, Beijing (Donderdag 11-10-07)

Alweer de laatste dag in Beijing helaas, desondanks heb ik 's ochtends de nodige moeite om m'n bed uit te komen. Ik probeer nogmaals het ontbijt in het hotel, maar ook deze keer is het geen succes. De culinaire hoogstandjes zullen later op de dag nog wel volgen.

Ik neem een taxi naar Qianmen, aan de zuidkant van Tianan'men. De chauffeur is blijkbaar niet heel erg blij met het ritje, maar aangezien ik geen woord Chinees spreek en hij geen woord Engels (laat staan Nederlands) heb ik geen idee wat zijn probleem is. Dat ie weer het drukste deel van de stad in moet wellicht?

Eenmaal aangekomen maak ik rustig de nodige foto's van de beide wachttorens, Qianmen en Zhengyangmen. En een westerling met een flinke camera, die maakt vast mooie foto's. Dat zullen veel Chinezen blijkbaar denken, ik wordt in misschien een kwartier tijd vier keer gevraagd een foto van iemand te maken.



Ik steek de straat over naar Tianan'men, waar alweer een enorme rij staat voor het mausoleum van Mao. Wanneer ik er langs loop hoor ik een Chinees “laowei” zeggen, een meestal niet zo positief bedoelde benaming voor buitenlanders. Als ik laat merken dat ik hem wel verstaan heb schrikt hij duidelijk toch even...



Op en rond het plein doet men duidelijk een poging de stad een wat groener imago te geven, met stoplichten op zonne-energie en zeker ook met de diverse bouwsels voor de Olympische Spelen. Uiteraard is het hier stervensdruk, en ook nu krijg ik meer dan eens een camera in m'n handen gedrukt. Ik heb er helaas geen enkele keer aan gedacht m'n eigen camera ook even af te geven.



Ik neem de metro naar halte Yonghegong, wederom de gloednieuwe lijn 5, die nu echter al echt afgeladen vol is. Direct bij de uitgang staat een standje waar ze een erg interessant uitziende snack verkopen: een in elkaar gevouwen pannenkoek, gebakken ei en rijstwafel. En dat voor welgeteld 1 hele yuan, omgerekend een duppie. Het smaakt in ieder geval heerlijk.

Langs de straat zitten verder vooral winkeltjes waar wierookstokjes verkocht worden, niet zo vreemd aangezien ik onderweg ben naar een van de grootste Tibetaans-Buddhistische tempels ter wereld, Yonghegong oftewel de Lamatempel. Oorspronkelijk gebouwd als keizerlijk paleis, maar vanaf 1722 omgebouwd tot tempel. Het toegangskaartje is ook zeker het vermelden waard, een klein vcd'tje met een filmpje over de tempel. Helaas slechts gedeeltelijk Engelse ondertiteld, maar toch erg leuk.



Het complex zelf heeft een heel eigen bouwstijl, sterk afwijkend van de traditionele Chinese tempels. Helaas mag er in de tempels niet gefotografeerd worden (al is er geen Chinees die zich daar iets van aantrekt), maar ook de talloze verschillende Buddhabeelden zijn schitterend. Het hoogtepunt is letterlijk en figuurlijk een 26 meter hoog beeld welke uit één stuk sandelhout is gesneden, een vermelding in het Guinness Book of Records. Bij het bidden worden uiteraard ook wierookstokjes geofferd, voor het aansteken hiervan staan er enorme vuurkorven, hoe het er rook laat zich ook wel raden. Ook opvallend zijn de vele gebedsrollen, iets wat je in andere Buddhistische tempels niet ziet. Ook hier gaan de monniken overigens met de tijd mee...



Weer buiten loop ik naar metrohalte Beixingqao, waarbij het me toch wel opvalt hoeveel dure auto's hier rondrijden, tot Porsches aan toe. Ik neem de metro naar Wangfujing, de exclusieve winkelstraat van Beijing. Ik loop vanuit de metro direct de Oriental Plaza Mall in, de grootste van de stad. Hier vind je ook iets zeldzaams: een enorme cd/dvd-winkel met alleen maar legaal spul! De prijzen zijn dan ook wat hoger dan de kopieën, maar met een euro of vier voor een dvd valt er nog weinig te klagen. Ik kom dan ook niet met lege handen naar buiten, de buit bestaat uit Spider-man 3, Riding Alone for Thousands of Miles en Depeche Mode  - The Best of (cd+dvd), samen voor RMB 125. Helaas kan je blijkbaar ook bij legale dvd's niet op de verpakking vertrouwen, volgens de verkopers zou Exiled helaas toch absoluut zeker niet over Engelse ondertiteling beschikken. Op het foodcourt van de mall haal ik nog een sandwich voor later in de trein, waarna ik weer de buitenlucht opzoek.

De westerse merken overheersen hier duidelijk, al dan niet met een Chinese twist. Ik loop een andere mall binnen, er wordt weliswaar flink verbouwd, maar de centrale hal oogt toch erg imposant. Levi's heeft hier duidelijk een goede deal gesloten, de hele hal hangt er mee vol. Terwijl ik wat foto's maak wordt ik aangesproken door een Chinees meisje. Ook zij spreekt weer uitstekend Engels, en nog verrassender, ook een paar zinnetjes Nederlands. Een aanbod om wat te gaan drinken sla ik deze keer toch maar af...



Tussen alle hoogbouw blijkt een leuk steegje te liggen met de nodige souvenirstands, maar vooral ook veel eetkraampjes met allerlei spiesjes. Naast het gebruikelijke vlees hebben ze echter ook interessanter spul, waar ik al vaker naar had staan kijken, maar nog nooit had aangedurfd. Nu moest het er toch maar eens van komen, en ik begin met een stel schorpioenen. Deze zitten nog levend op het stokje, al worden ze voor consumptie uiteraard nog even gebakken. Ze smaken uitstekend, al zou ik niet weten waar ik het mee zou moeten vergelijken. Daarna probeer ik een zeepaardje, dit smaakt echter volstrekt helemaal nergens naar, krokante gebakken lucht. Eigenlijk wil ik nu nog een stel sprinkhanen proberen, maar bij de enige kraam waar ze kleintjes hebben is het een enorme chaos, het lijkt wel een soort veiling, ik begrijp er in ieder geval weinig van. De andere stands hebben alleen enorme sprinkhanen van zeker 10cm groot, en dat ziet er toch echt iets te afschrikwekkend uit. Ook de meelwormen sla ik over, wel probeer ik nog een of ander soort tor of zo, die smaakt ook niet verkeerd. Het leukste zijn overigens de reacties van iedereen om je heen, zelfs de meeste Chinezen staan echt te griezelen...



Ik neem een taxi terug naar het hotel, waarbij ik de chauffeur (die uiteraard geen woord Engels spreek) vrijwel de gehele weg moet wijzen. Gelukkig begin ik de stad net een beetje te kennen, en gebarentaal is gelukkig vrij universeel. Ik heb nog rustig de tijd om m'n tas in te pakken, ondanks het theeservies en de diverse andere aankopen gaat m'n tas toch verrassend makkelijk dicht. Het uitchecken levert nog wel wat problemen op, ik had 's ochtends m'n kamer verlengd, dit zou RMB 80 kosten. 's Middags is het echter ineens RMB 120, “wie heeft die andere prijs dan genoemd?” Tja, dan lijken die Chinezen ineens toch allemaal wel erg op elkaar.

Tegen vijf uur nemen we de bus naar het station, door de verkeersdrukte schiet het wederom niet heel erg op. Ook moeten we aan de verkeerde kant van het station uitstappen, waardoor ons nog een lange wandeling wacht. Maar uiteindelijk komen we dan toch bij de juiste ingang. Hier volgt een bagagescan, naast m'n eigen bagage had ik ook nog wat boodschappen van iemand anders in m'n handen, in een open plastic tas. Terwijl alle spullen al op de band liggen gaat er vlak voor me ineens een mevrouw erg lastig doen, ze wil haar tas niet op de band leggen, en voert daar een hele discussie met het personeel over. Heel fijn, ondertussen verspert ze wel mijn doorgang, en de bagageband is niet eindeloos. Ik weet me er toch langs te wurmen, en kan nog net op tijd m'n rugzak met daarin m'n camera grijpen. Ik graai echter net naast de tas boodschappen, en daar rolt alles mooi door de stationshal...

We kunnen gelukkig weer wachten in de softsleeper-lounge, met een lekker bakje (groene) thee erbij. De wandeling naar de trein valt deze keer gelukkig wel erg mee, en onze coupé is snel gevonden. Het blijkt een vrij nieuwe trein te zijn, met enigszins afgesloten compartimenten (zonder deur, dat dan wel) en een alleen vanuit het compartiment benaderbare bagageruimte boven het gangpad. Ik zou eigenlijk een van de onderste bedden hebben, maar heb deze geruild voor een bovenbed. Geen slimme zet, zo'n klimpartij valt toch vies tegen. Regelmatig komt er een een karretje met snacks en drinken langs, na de eerste keer is die echter direct van z'n complete biervoorraad verlost: “Happy Bar on Tour!”

China, dag 4, Beijing/Grote Muur (Woensdag 10-10-07)

 Vandaag vroeg op, om 6 uur krijgen we een wakeup-call, ik had zelf toch maar een wekker een half uur eerder gezet. Een echt ontbijt zit er gezien het tijdstip niet in, maar ook op de vroege ochtend smaken instant-noodles uitstekend...

Maar waarom dan zo vroeg op? Nou, om half 7 staat de bus klaar om ons naar de Chinese muur te rijden, het stuk bij Mutianyu om precies te zijn. Onderweg rijden we nog langs het Hard Rock Café, en inderdaad, dat ligt hooguit een paar honderd meter voorbij het punt waar we het vorig jaar na lang zoeken hebben opgegeven...

Na dik twee uur rijden en diverse keren verdwalen komen we dan uiteindelijk bij de muur. Tenminste, dan staan we onderaan de berg. We kunnen kiezen: de kabelbaan of de trap. Uiteraard kiest iedereen voor de tweede optie. Nu had ik na m'n ervaringen van vorig jaar bij een ander stuk muur weliswaar een stevige klim verwacht, maar toch valt het vies tegen. We moeten namelijk eerst ongeveer een kilometer traplopen, waarbij je pas vlak bij de top de muur ziet. Tijdens het grootste deel van de klim zie je alleen maar meer treden, en af en toe een bordje om aan te geven dat het nog “maar” 500 meter is...

Eenmaal boven is de vermoeidheid echter snel vergeten, het is deze keer gelukkig helder weer, en het uitzicht op de schitterend over de bergen kronkelende muur is echt overweldigend. Er valt een flink stuk over de muur te lopen, met af en toe een kort steil stukje, maar het meerendeel is prima te belopen. Verder commentaar lijkt me hier overbodig.



We lopen tot vlakbij de kabelbaan, en maken dan weer rechtsomkeer, om via de eindeloze trap weer naar het beginpunt te gaan. Op de heenweg werden we daar uiteraard al aangesproken door de vele souvenirverkopers, maar op de terugweg is dit uiteraard een paar maten erger. Ook ik ontkom er niet aan, met als opbrengst twee koelkastmagneten (vraagprijs RMB 45 per stuk, akkoord op RMB 20 in totaal), een jade olifantje voor m'n moeders verzameling (vraagprijs RMB 160, akkoord op RMB 40 in totaal) en 10 setjes tamelijk lelijke chopsticks (vraagprijs RMB 20 per setje, akkoord op RMB 10 voor de 10 setjes samen!). Onderhandelen is nu eenmaal best verslavend...

Als iedereen genoeg souvenirs heeft ingeslagen nemen we weer de bus terug naar de stad, waarbij we ook het nog in aanbouw zijnde Olympisch stadion voor de spelen van 2008 passeren. Weliswaar half verscholen achter de hekken, maar toch erg imposant. We eten in een typisch toeristenrestaurant, totaal sfeerloos, maar met het eten is niks mis. Een aparte vermelding waard zijn ook de toiletten. Niet alleen heb je keuze uit normale toiletpotten, urinoirs en hurktoiletten, er loopt ook een mannetje rond om je met alles te helpen. Nou ja, bijna alles, hij blijft nog wel buiten het hokje staan...



Na een korte busrit komen we bij Yiheyuan, het Zomerpaleis. Bekend gebied, vorig jaar waren er echter nogal wat renovatiewerkzaamheden, daar hebben we deze keer echter nauwelijks last van. Zo is de lange wandelgang langs het meer nu wel toegankelijk, al zal er nog zeker het nodige opgeknapt moeten worden. Voor de rest is het weer het bekende werk, zoals de marmeren boot, hele groepen Chinese toeristen en de boottocht naar het eiland. Bekend maar toch zeker mooi. Daar wacht dan wel een verrassing, het kleine museumpje staat nu leeg. Via de Zeventien Bogenbrug en het pad langs het meer komen we wee terug bij de ingang. Uiteraard zijn er nog diverse souvenirwinkels, maar ik hou me deze keer in.



Tijdens de busrit terug naar het hotel blijkt dat de vermoeidheid toch heeft toegeslagen, ik weet even het verschil niet meer tussen RMB 50 en € 50. En dat scheelt toch echt een factor 10...



Na weer wat uitgerust te zijn gaan we met de groep naar een tent genaamd “Coffee”, waar ze gelukkig ook andere dranken (zoals bier) hebben. En ook een zeer uitgebreid menu, schnitzel met friet, spaghetti, pizza, het kan allemaal. Maar gelukkig hebben ze ook Chinese gerechten, ik ga voor de “Clay pot beef rice with lotus flower”: een pot met dichtgevouwen lotusbladeren gevuld met heerlijke rijst, vlees en groenten. Helaas heb ik er geen foto van gemaakt, het zag er toch erg leuk uit. En smaakte nog uitstekend ook. Terug in het hotel probeer ik nog even m'n mail te controleren, ik kom echter met geen mogelijkheid op m'n Hotmail. Censuur?

China, dag 3, Beijing (dinsdag 9-10-07)

 Na lekker uitgeslapen te hebben neem ik eerst een ontbijt in het hotel. Was er vorig jaar nog een klein achteraf ontbijtzaaltje, nu is er een mooie grote ruimte met een uitgebreid buffet, en dat nog steeds voor RMB 10 (=1 euro). Maar helaas, de kwaliteit van het eten is niet met de ambiance meegegaan, het is voornamelijk lauwe troep en wat uitgedroogde gestoomde broodjes. Ik ben wel wat aan de late kant, het zou niet moeten mogen, maar wellicht is dat de oorzaak.

M'n eerste bestemming vandaag is Tiantan, de Tempel van de Hemel. Het is even zoeken naar de ingang, uiteindelijk kom ik bij ingang west uit. Eerst kom ik bij een groot plein uit, waar diverse groepen bezig zijn met dansen of met tai chi. Vervolgens kom ik bij Zai Gong, de Hal van Onthouding. Helaas is deze gesloten voor publiek, meer dan de gracht en de toegangspoorten is er niet te zien. Ik loop door richting de zuidpoort van het enorme park, tussen eindeloze rijen strak gesnoeide bomen door.



Hier begint de route richting het noorden langs de grote bezienswaardigheden van het park. Eerst Yuan Qi, het Altaar van de Hemel. Waar de keizer in vroeger jaren bad voor een goede oogst. Hierbij ging hij op de ronde steen middenop het altaar staan, om dat na te doen staan de toeristen hier in de rij.



Verderop staat Huang Qiong Yu, het Keizerlijk Hemelgewelf. Een kleine, maar erg fraaie tempel. Het interresantste is hier voor de meesten echter niet de tempel, maar de muur rond het gebouw. Die loopt namelijk op zo'n manier rond dat geluid hier bijzonder goed weerkaatst wordt, vandaar ook de bijnaam 'echomuur'. En inderdaad, het lijkt inderdaad wel enigzins te werken.



De 360 meter lange Danbi brug verbind dit deel met het hoogtepunt van het park, Qinian Dan, de Hal van het Oogstoffer. Dit gebouw wordt algemeen gezien als een van de absolute hoogtepunten van de Chinese architectuur. Gebouwd in de 15e eeuw, 32 meter diameter, 38 meter hoog, geheel van hout zonder gebruik van spijkers of iets dergelijks. Het gebouw heeft (net als de rest van het park) net een forse renovatie achter de rug, en dat is te zien: vooral de kleurenpracht is echt overweldigend.



Ik maak hier nog een praatje met een groep Nederlanders tegen, het zullen ook niet de laatsten zijn die ik hier tegenkom. Sterker nog, ik heb nog geen afscheid genomen van die groep of ik wordt al door het volgende stel aangesproken. Ondertussen loop ik richting de oost-uitgang. Bij de uitgang is nog even spektakel, het verkopen van imitatie-Rolexen wordt door de politie duidelijk toch niet helemaal getolereerd.



Weer buiten het park steek ik de straat over naar de Honqai Pearl Market. Anders dan de naam wellicht doet vermoeden wordt hier van alles en nog wat verkocht, per etage ander soort handelswaar. Ik begin in de kelder, waar vooral elektronica verkocht wordt. En een les voor de volgende keer: loop hier niet binnen met een camera om je nek. Elke paar meter word ik aangesproken voor accu's en geheugenkaartjes, of anders wel voor een iPod. Ik kom dan ook niet geheel met lege handen naar buiten, tijdens een kort praatje met een van de weinige Engels sprekende verkoopsters wordt het display m'n camera vakkundig voorzien van een perfect op maat geknipte beschermfolie. Ik laat het afdingen deze keer maar achterwege, een halve euro voor de folie en een leuk praatje moet maar kunnen.

Na deze etage overleefd te hebben waag ik me ook aan de hogere etages, waar voornamelijk kleding, schoenen tassen en sierraden verkocht worden. Waren de verkopers beneden al tamelijk opdringerig, hier wordt het pas echt hoogst irritant. Na voor de 50e keer een imitatie-Rolex aangeboden te hebben gekregen zoek ik dan ook heel snel de dichtstbijzijnde uitgang. Wat hier helaas wel ontbreekt is straateten in welke vorm dan ook, bij gebrek aan beter haal ik dan ook maar snel een burger bij de KFC. Daarna zoek ik de metro op, de gloednieuwe, pas enkele dagen eerder geopende lijn 5.



Ik stap uit bij halte Tianan'men East, waar ik eerst wat plaatjes schiet van de buitenkant van de Verboden Stad. Het belangrijkste paleis zou nog steeds in de steigers staan, mede daarom sla ik een uitgebreider bezoek toch maar over, er is in Beijing nog zoveel meer te zien.



Mijn doel is eigenlijk het ten westen van het complex gelegen park, wanneer ik echter met een meisje aan de praat raak. Afkomstig van Taiwan, met net als ik een Nikon D70 om haar nek en uitstekend Engels sprekend. Na wat rondgelopen en gekletst te hebben stelt ze voor ergens wat te gaan drinken, waarom ook niet, en zo belanden we bij een traditioneel theehuis. Gedurende ruim een uur krijgen we zo talloze soorten thee voorgeschoteld, met uiteraard alle ceremoniële gebruiken erbij, en ook diverse (niet zo geweldige) hapjes erbij. Nu was ik eigenlijk van plan gentleman te spelen en dus de rekening te betalen, maar als ik het bedrag zie laat ik dat toch maar achterwege: RMB 880, oftewel bijna 90 euro! Zij schrok er blijkbaar niet zo van, want nog voor ik van de schrik bekomen ben heeft zij haar creditcard al tevoorschijn getoverd om haar deel af te rekenen. Wel krijgen we beiden een (vermoedelijk spotgoedkoop) theeservies mee, dat dan weer wel. Ook fijn voor in de bagage, zo'n grote doos breekbaar spul...

Hierna scheiden onze wegen zich weer, ik vervolg mijn weg richting het noorden, naar Mt.Jingshan, de Kolenheuvel, een kunstmatige berg van 46 meter hoog. De eerdere keizerlijke paleizen lagen namelijk allemaal ten zuiden van een berg, in het vlakke Beijing was echter geen berg voorhanden, dus werd die in de 15e eeuw simpelweg maar even gecreëerd. Na een korte klim kom je bovenop bij Wanchun Ting, het Paviljoen van de Eeuwige Lente, vanwaar je een prachtig uitzicht over de Verboden Stad zou moeten hebben. Helaas staat de noordelijke toegangspoort geheel in de steigers, waardoor het zicht enigzins belemmerd wordt, desondanks blijft het erg mooi.



Weer beneden loop ik verder naar het nabij gelegen Beihai Park. Vlakbij de ingang ligt Tuancheng, de 'ronde stad'. Klinkt leuk, maar erg veel is er niet te zien. Via de Yongan brug loop ik naar het Qionghua eiland, al zou je welhaast ook over de lotusbladeren moeten kunnen lopen. Allereerst kom ik zo bij de Yongan tempel, niet heel erg bijzonder, maar je moet er min of meer gedwongen wel doorheen. Achter de tempel ligt echter het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van het park, Bai Ta, een Tibetaans-Boeddhistische pagode. Wederom een aardige klim, maar het is het absoluut waard, zowel voor de pagode zelf als voor het uitzicht.



Weer buiten het park ga ik op zoek naar een taxi, die staan er genoeg, echter allemaal zonder chauffeur. En uiteraard sta ik net op een van de zeldzame punten van de stad waar de taxi's op straat dus echt niet zullen stoppen. Dan maar een stukje lopen, en ondanks een stopverbod lukt het me al snel een taxi aan te houden. Ik heb ook meteen een zeldzaam soort chauffeur, tijdens de hele rit van dik 40 minuten heeft hij, ondanks het compleet vastgelopen verkeer, geen enkele keer getoeterd. Wel kon ik de hele rit genieten van de ruis uit z'n radio, waar slechts heel erg in de verte nog iets van echt geluid in te ontdekken viel. Maar goed, voor omgerekend twee euro mag je natuurlijk niet te veeleisend zijn.



's Avonds gaan we eerst naar een acrobatiekshow. Onvoorstelbaar wat de veelal erg jonge acrobaatjes voor elkaar krijgen, veel bewegingen doen gewoon al pijn als je er alleen maar naar kijkt. Er gaan ag en toe ook wel wat kleine dingetjes mis, maar goed, als je al balancerend op een éénwieler probeert een hele stapel kommetjes op je hoofd op te vangen, mag het dan?



Na de show nemen we een taxi naar een Peking-eend restaurant. Helaas valt het deze keer wat tegen, we hebben slechts twee kleine schaaltjes eend voor een vrij grote groep, en de rest is lekker maar niet echt bijzonder. Op zich weliswaar geen hele slechte maaltijd, maar absoluut niet de 15 euro waard.


China, dag 2, aankomst Beijing (maandag 8-10-07)

 Na een onrustige nacht begint de dag met een evenzo matig ontbijt. Ondertussen ben ik ook behoorlijk verkouden geworden, en voel ik ook een beginnende hoofdpijn. En dan duren die laatste paar uurtjes erg lang, zeker als er bij de landing ook nog de nodige vertraging is. Maar uiteindelijk landen we dan toch op Beijing Capital International Airport.

De douane levert geen problemen op, wel sta ik uiteraard weer eens in de langzaamste rij. Wel grappig is een paneeltje waarmee je de douanier kan beoordelen, al vraag ik me af of je bij een negatief oordeel nog wel het land in mag. Vervolgens verschijnt al snel onze bagage, daar kan Schiphol nog wel wat van leren.

Eenmaal in de ontvangsthal maken we kennis met onze groepsleider, Helen. Voor de duidelijkheid, dit is haar Engelse naam, haar echte naam is iets lastig om uit te spreken, laat staan te onthouden. Na een korte wandeling staat onze bus buiten al klaar om ons naar het hotel te rijden. De hele rit is een feest der herkenning, wat al wel direct opvalt is de sterk toegenomen verkeersdrukte. Ook het hotel zelf is al bekend, en daar was gelukkig ook niks mis mee, simpel maar schoon.

Deze eerste dag is er geen programma, na me even opgefrist te hebben en een uurtje rust ga ik maar een rondje lopen door de buurt. Geen grote bezienswaardigheden, maar wel “het echte leven”: overal aktiviteit, mensen die op straat spelletjes spelen, een speeltuin voor ouderen, en vooral overal fietsen. Het is ook de eerste keer dat ik m'n nieuwe 'extra' camera echt gebruik, dat vraagt nog even wat gewenning. Zo'n display als zoeker is toch lastig voor iemand die een spiegelreflex (dus met doorzichtzoeker) gewend is.

   

Om 6 uur is het etenstijd, we gaan met de hele groep naar een restaurant vlakbij ons hotel. Helen eet niet mee, dit zal typerend blijken voor de hele vakantie. Het eten zelf is uiteraard weer heerlijk, dat blijft toch een reden op zich om naar China te gaan! Na het eten willen we eigenlijk nog ergens wat gaan drinken, en Helen stuurt ons richting de “Happy Bar”. Bij de ingang staat echter een bord met de tekst “Voor lekker eten, bier en gezelligheid”, dat kan nooit de bedoeling zijn dus lopen we maar snel door. Verderop ligt een park waar een hele groep Chinezen met een dans bezig is. We lopen terug naar het hotel, waar ik in de buurt nog wat te eten en drinken insla. Daarna is het toch bedtijd, zo'n lange vlucht blijft toch wel slopend.

China, dag 1, vertrek Schiphol (zondag 7-10-07)

 Net voor de reis begint weet ik nog net het verslag van m'n Zuid-Korea-trip af te ronden. Na nog een snelle ping-maaltijd staan m'n ouders al voor de deur om me naar Schiphol te brengen. Daar aangekomen is de medewerkster van Shoestring al snel gevonden. Het inchecken levert geen problemen op, m'n tas weegt bij vertrek echter al wel een stevige 17,4kg. Na wat rondkijken bij de taxfree winkeltjes en nog een broodje zoek ik de gate op. Het boarden verloopt tamelijk chaotisch, maar uiteindelijk is dan toch iedereen aan boord. Ik heb een gangpadplaats, met als grote nadeel een erg irritant kastje onder de stoel voor me, waardoor ik m'n rechtervoet maar net kwijt kan.

Het duurt echter nog even voor we kunnen opstijgen, maar na een half uurtje of zo wachten zijn we dan eindelijk echt onderweg. Al snel krijgen we de eerste maaltijd, standaard vliegtuigvoer, smaakloze prut dus. Jammer, hetzelfde China Southern had vorig jaar laten zien dat vliegtuigmaaltijden wel degelijk echt lekker kunnen zijn. Ten opzichte van vorig jaar onveranderd is het entertainmentprogramma, dat stelt nog steeds weinig voor. Troy en een eindeloos herhaald filmpje van Mr. Bean zijn nog de hoogtepunten. Na de film probeer ik dan toch maar wat te slapen, het is nog een lange vlucht...

China 2007, inleiding



Zo, toch maar eens een begin maken met het verslag van mijn laatste reis door China, van 7 tot 21 oktober. Na m'n 3-weekse trip vorig jaar wilde ik simpelweg erg graag nog een keer terug, na lang zoeken kwam ik uiteindelijk wederom bij Shoestring uit, deze keer voor de 2-weekse reis. Dit is in basis een ingekorte versie van de reis van vorig jaar, zonder Chengdu, Lijiang, Dali en Shilin, maar wel met als nieuwtje Pingyao. Maar ook in die andere plaatsen was nog zoveel te zien dat een herhaling helemaal niet erg was.

Deze keer had ik naast m'n vertrouwde Nikon nog een compact cameraatje meegenomen, waarmee ik ook nog wat filmpjes heb gemaakt. De totale opbrengst bestond deze keer uit 3171 foto's en 49 filmpjes. Er is dus nog wel wat selectiewerk te doen...